Mark Haddon is een naam die goed gekend is in het landschap van de jeugdliteratuur. Met ‘Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ toonde deze Brit dat hij als geen ander in de huid kan kruipen van zijn personages. Hierdoor kon hij de lezer voorzien van een unieke inkijk in de leefwereld en gedachtegang van een jongen met autisme. In de laatste vrucht van zijn schrijverstalent toont Haddon zich als de onovertroffen psycholoog. Het decor hiervan vormt een afgelegen vakantiehuis, met daarin een familie die lijnrecht tegenover elkaar staat.
Richard en Angela vechten al jaren op stille voet een vete uit, die in alle hevigheid ontstaan is na de dood van hun alcoholverslaafde moeder. Angela heeft haar tot aan haar dood verzorgd, terwijl Richard vond dat hij in zijn kindertijd al genoeg had moeten ontberen. In een poging de strijdbijl te begraven en elkaar opnieuw te leren kennen, organiseert hij een familievakantie op het platteland. Daar wordt duidelijk hoezeer de twee gezinnen van elkaar verschillen. Het gezin van Angela dreigt uiteen te vallen en kampt met menige problemen, terwijl dat van Richard er vrij gelukkig uitziet. Naarmate de vakantie vordert, komen er echter geheimen bovendrijven zodat het ook bij hen niet enkel rozengeur en maneschijn is. Getekend door de last, de geheimen en de diepe wonden van het verleden, beseffen de familieleden dat ze enkel op elkaar zijn aangewezen om te overleven.
De personages in deze psychologische roman zijn steengoed uitgewerkt. Aanvankelijk vreesden we te maken te hebben met een saaie stereotiepe karaktertekening. De puberende jongen die aan niets anders denkt dan masturbatie en het arrogante meisje dat niets liever doet dan iedereen te choqueren met haar gedrag, voedden op dat vlak onze angst. Toch evolueren deze personages en groeien ze uit tot diepgaande karakters die worstelen met hun persoonlijke wezenlijke problemen, zoals het omgaan met een andere geaardheid, het in het reine komen met het verleden en eenzaamheid. Vooral Angela is op dat vlak een tekenend voorbeeld. Ze heeft duidelijk een trauma opgelopen door een miskraam van vele jaren geleden. Haar doodgeboren kind duikt echter op in haar dromen en zelfs in het straatbeeld. Hierdoor denkt ze helemaal gek te worden en lijkt ze in een identiteitscrisis gesukkeld te zijn.
De schrijfstijl van Haddon is niet voor de hand liggend. Elke nieuwe paragraaf is geschreven vanuit het standpunt van een ander personage. Hierdoor verwacht hij een zekere mate van concentratie bij de lezer. Dit mag naar onze mening wel meer gevraagd worden van de lezer en met enige ervaring mag die zich zeker niet in de luren laten leggen. Toch gaat hij op bepaalde momenten te ver en kunnen paragrafen waarin enkel vage opsommingen te lezen staan, weinigzeggend zijn voor het verhaal. Natuurlijk is de lezer vrij om in zo’n situatie zijn eigen interpretatievermogen uit de kast te halen en het een plaats te geven binnen zíjn verhaal. Zo zou het in verband kunnen gebracht worden met het verleden van Angela en Richard, met Angelas vreemde dromen of met de fantasierijke avonturen van Benji, de jongste telg van de familie.
In ‘Het rode huis’ dringt Mark Haddon als geen ander door in de psyche van al zijn personages. De manier waarop hij ze vorm geeft en laat uitgroeien tot echte round characters is subliem. Het boek slorpt je volledig op en laat je pas los na de laatste bladzijde, dat wonder draagt trots de naam 'literatuur'.


Reageer