Marente de Moor, 'Foon'

Oer

Als Marente de Moor een suffix als titel mag kiezen, dan mogen wij dat ook. Oer, zo vatten we deze nieuwe roman van de Moor graag samen: een oerdegelijke vertelling over de oerkracht van de natuur. Twee zoölogen die tijdens hun studies verliefd werden op elkaar, vatten het plan op om een biologisch lab uit te bouwen voor zomerkampen en onderzoek. Professor en studente. Ondertussen is het vuur uit hun relatie echter gedoofd en de manier waarop Nadja haar Lev beschrijft, is zo doordrongen van gal en met momenten zo bitter dat een grimlachje niet te onderdrukken is.

Paradoxaal genoeg zijn de twee wetenschappers hun grip op het verklaarbare verloren en dat is net de grote kracht van ‘Foon’. Uit de hemel klinken Grote Geluiden, personages verdwijnen dagenlang spoorloos en Lev ontdekt plotsklaps een vleermuisachtig wezen dat niet nader te determineren is. Dat hoofd, horror! ‘Foon’ is een ode aan de mysterieuze aantrekkingskracht van de donkere krochten van de menselijke verbeelding.

De Moor heeft haar vertelling heel doordacht een plaats gegeven, ze maakt de omgeving bijna tastbaar. Een verlaten laboratorium in the middle of nowhere met daarbij een bescheiden woonst, een oord van eenzaamheid, waar de koude heerst. Ver weg van de bewoonde wereld, off the grid. Al tien jaar lang is er geen straatverlichting meer. Wat ooit de site van zomerkampen was, is nu een overwoekerde plek, vergeten door de wereld. Er groeit een boom door het dak van het laboratorium heen en de tijd heeft overal spinnenwebben der treurigheid overheen gelegd. Ook aan haar herinneringen kleeft rag.

De kilometers bos die haar omringen, bieden Nadja niet de rust die ze nodig heeft. Levs geheugen takelt immers af en zelf probeert ze trauma’s uit het verleden te verdringen. Nadja voelt zich gevangen in haar gedachten en zoekt uitwegen, die ze vindt in haar verbeelding. Meermaals richt ze zich tot een denkbeeldige machinist, die ze ’s nachts met zijn trein over de sporen hoort ratelen: een handig stilistisch middeltje dat de lezer op een heel directe manier de vertelling intrekt. Nadja is zonder twijfel één van de boeiendste vertelstemmen die we dit jaar hoorden. Haar vlucht in een donkere, onvatbare fantasie is er één om de realiteit niet onder ogen te moeten komen. Het levert zoveel schoonheid en vertelkracht op.

‘Foon’ is een donker sprookje voor volwassenen. De heksen, nimfen en boswezens hebben iedereen verjaagd. Of is het toch gewoon een beer geweest die na een ongelukkige uithaal de toeristen weghield?

De titel verwijst naar de Grote Geluiden die ze hoort: 'oertrillingen'. Iets tektonisch of meteorologisch, vraagt de achterflap zich af, of zijn het Bijbelse bazuinen? Is het het geluid van de goden die ervandoor gaan of zijn het gewoon hersenschimmen, de schreeuw van de waanzin? We krijgen halverwege de roman een duidelijk antwoord dat wel een deel van het mysterie weghaalt, maar 'Foon' tegelijk universeel en herkenbaar maakt.   

'Het is de achtergrondruis van het leven. De hele geschiedenis zit erin, van het liefste lied tot de angstigste schreeuw. Mensen die bang zijn voor geluiden zijn bang voor hun verbeelding. Ze sluiten hun geestesoog en roepen heel hard: het is niet echt! Maar de verbeelding bestaat.'

‘Foon’ is een prachtig gruwelijk boek, een afdaling naar het dier binnenin, een reiken naar het instinctieve. De Moor heeft zich compromisloos overgegeven aan de stemmen uit de Russische bossen en ze heeft er een ijzersterke, fascineerde roman uit gedistilleerd.

Details Fictie
auteur: Marente de Moor
Uitgeverij: Em. Querido's Uitgeverij BV
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
319