Marente de Moor, ‘Roundhay, tuinscène’

Daar waar verdwijning zichtbaar wordt...

Wordt de man in de straat naar zijn dagelijkse portie ontspanning gevraagd, dan klinkt het dikwijls: "televisie". Tijdens de middagpauze op het werk? "YouTube natuurlijk." En in het weekend? "Naar de Kinepolis, dat spreekt toch voor zich?" Nog veel meer dan we denken heeft het bewegend beeld zich vastgekluisterd aan onze daginvulling. We studeren met video’s, we kijken zelfs naar flatscreens in wachtzalen en velen vegeteren ook nog eens ’s avonds voor de beeldbuis. En aan wie hebben we dat allemaal te danken? Thomas Edison? De gebroeders Lumière? Nee, probeer nog een keer. Juist ja, Louis Le Prince, de uitvinder van het bewegend beeld. Een man die zelf nooit van zijn revolutionaire ontdekking heeft kunnen genieten. Hij verdween immers kort nadat hij zijn droom in de praktijk had omgezet.

De eerste gefilmde scène aller tijden luistert naar de naam Roundhay Garden Scene (1888). Het is een merkwaardig document: Le Prince had een paar van zijn naaste verwanten opgedragen om doelloos bewegingen te maken, waardoor het bewaarde fragment (dat hooguit een drietal seconden duurt) het absurde kruispunt lijkt van vier levens die elkaar onwillekeurig raken, in een brandpunt dat een fractie van een seconde later alweer aan het oog wordt onttrokken. Er gaat iets geheimzinnig uit van het historisch artefact: het documenteert beweging, geen menselijke handeling – precies die loskoppeling van film als medium en het doelmatig menselijke doet unheimlich aan.

Zou Marente de Moor dat ook gevoeld hebben toen ze het fragment voor het eerst zag? En hoeveel keer heeft het zich vervolgens inwendig afgespeeld, die vreemdsoortige dans van wat figuranten zijn in een leven dat zichzelf heeft uitgewist? Waarom verdween Le Prince immers twee jaar na zijn vondst, een van de invloedrijkste die ooit binnen de menselijke hersenpan zijn ontstaan? De man werd op een trein gezet in Dijon, maar kwam nooit op zijn bestemming (Parijs) aan. Wat was er onderweg gebeurd? Zelfmoord, omdat de man zijn gezin op de grens van het bankroet zou hebben gebracht? Moord, omwille van de patenten op Le Prince’s ideeën? Indertijd stelden de Franse politie en Scotland Yard een uitgebreid onderzoek in, dat echter niets opleverde. Dus doet ook Marente de Moor een gooi naar de waarheid. Of beter: naar een van de vele ficties die, gezien de context, tot de mogelijkheden behoren. Natuurlijk pretendeert de schrijfster niet de sleutel tot het mysterie te hebben gevonden. Ze zocht alleen een aanleiding om haar fantasie te laten aarden, en vond die in dit verhaal.

In essentie gaat ‘Roundhay, tuinscène’ om verdwijnen. Zoals iemand zichzelf actief moet uitwissen van de aarde, zo laat de Moor allerhande hersenspinsels, tussengevoegde advertenties, dromen en korte bespiegelingen steeds weer oplossen in de maalstroom van haar verhaal. Toch is dat verhaal niet het uiteindelijke doel van het boek, dat de protagonisten niet zomaar andere namen aanmat. Het is een en al fantasie, en toch schildert de Moor een aantal ontroerende, menselijke contouren. Nochtans schiet haar pen jachtig alle kanten op, en dringt ze de lezer de ene na de andere fabelachtige wending op. De kunst is om grip op de roman te behouden. Alles mag tegenwoordig dan wel in beweging zijn, de Moor vraagt haar publiek om af en toe stil te staan. Om haar taal – niet altijd even lumineus, doch nooit onzorgvuldig – te savoureren, om haar bedoelingen te zien verdwijnen, en ze nog net te kunnen grijpen. Dat moment, waarop de verdwijning zichtbaar wordt, is magie. Zijn en net zijn, simultaan aan- en afwezig.

Details Fictie
Daar waar verdwijning zichtbaar wordt...
Copyright foto: Allard De Witte
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
336