Maartje Wortel, 'IJstijd'

De voltooid onverwerkte tijd

Wat is het verleden meer dan een rits emotionele anekdotes die je met andere mensen deelt? Maartje Wortel graaft naar mogelijke alternatieven in het vrij briljante ‘IJstijd’. Ze speelt een geslaagd spel met de beleving van tijd.

Literatuur die wil begeesteren snijdt vanaf de openingszin het leed aan dat sluimert in de ziel van de personages, en ontrafelt het woekerende onheil in feilloze doses. Gedreven door die ambitie houdt Maartje Wortel de protagonist van haar tweede roman van bij het begin in een wurggreep, houdt zijn hoofd eindeloos onder water, en laat hem pas in de allerlaatste zin naar adem happen.

James Dillard die vanaf de zijlijn toekeek in haar debuut ‘Half mens’, is dat weifelende hoofdpersonage. Werkelijk alles heeft hij om erbij te horen en toch is hij een toeschouwer. Hij huist in de schaduw van het leven. “Er is niets om bang voor te zijn – ik ben niet arm, ik ben geen jood, ik ben niet zwart, geen vrouw, geen homo, maar een rijke, blanke jongeman.” Met milde ironie wapent hij zich tegen de letsels van een jeugd in isolement, waarvan hij de rekening gepresenteerd krijgt. Zijn moeder is een zakenvrouw voor wie hij een issue is dat in haar drukke agenda kan ingepland worden, Dillard senior pendelt tussen Hawaï en Nederland.

Een enkele keer is James’ humor wrang, als hij de stelling dat mensen hun beeld van God afstemmen op dat van hun vader bitter fileert: “God is een man die op het strand op Hawaï zit om zijn verdiende vrijheid te vieren, iemand die te veel heeft gezien, iemand die zegt dat het hoog tijd is dat hij eens voor zichzelf kiest.“ Het duizelt hem als hij de gapende wonde die het verleden is, intuurt. Dat hij geen vaste stek heeft, en het ene viersterrenhotel voor het andere verruilt (op kosten van zijn moeder die zo een schoon geweten afkoopt), is een expliciete verbeelding van zijn thuisloze status.

Een nihilist is de zoon van puissant rijke ouders niet, ook al is het verraderlijk om in de vele aforismen die Wortel hem in de mond legt een suggestie van het tegendeel te herkennen. Het gevaar van dergelijke afgemeten taal – appelleren aan Grunberg ligt voor de hand, is dat die James’ gedachten in een dikke mist hult. Zijn zorgen raken ondergesneeuwd, alsof het allemaal wel meevalt.

Kinderoppas Miranda confronteert James als eerste met de leegte die zijn afwezige ouders verrekten vol te gieten met onversneden liefde. Ze vergelijkt hem met een ster en zegt dat hij doet “alsof het nog niet voorbij is door alles in de tegenwoordige tijd te laten bestaan”. Zo bekeken is de tegenwoordige tijd waarin hij voortdurend spreekt een mechanisme om zin te geven aan zijn leven. Uit iedere zin die hij aan het verleden wijdt schreeuwt zijn wil om zijn droevige, verwaarloosde lot te overstijgen.

In die ster-metafoor schuilt het kolossale verlangen dat een gevoel van verbondenheid hem het echte leven in zal katapulteren. Een schrijver die de taal op zo’n verbijsterend originele wijze laat rijmen met de chaos in het hoofd van een personage neemt een wissel op een rooskleurige literaire toekomst.

'IJstijd' is een raster waarvan Wortel de vakjes ogenschijnlijk willekeurig aankruist, maar waar achteraf beschouwd een degelijke, subtiele compositie in schuilt. Ze vouwt James' treurnis rond een liefdesaffaire, een aanbod van uitgeverij Gibraltar om een boek te schrijven, en een resem hilarische scènes waarin de Amerikaanse auteur Chuck Palahniuk de aandacht opeist.

Wortel schreef een bezielde, luisterrijke roman over een vertrappelde ziel die betekenis wil geven aan zijn leven. Onze ogen zijn op haar gericht.

Details Fictie
Auteur: Maartje Wortel
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
256