László Krasznahorkai, 'Baron Wenckheim keert terug'

Onwetendheid is gelukzaligheid

‘Wat ik niet begrijp is niet waarom ik moet sterven, maar waarom ik moest leven.’ Die bedenking maakt Baron Wenckheim in zijn geboortestad in Hongarije. Hij is terug na een jarenlang verblijf in Argentinië, waar hij moest vluchten voor de schuldeisers. Dat stelt althans de rioolpers. Maar op het einde van zijn leven wil de baron vooral ‘een gezicht van vroeger’ terugzien. Een vrouw die hij jarenlang koesterde. Maar net zoals de baron de verwachtingen van de stad niet inlost, lost de verloren gegane liefde de verwachtingen van de baron niet in.

In ‘Baron Wenckheim keert terug’ voert de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai een verlosser op, iemand die de gemeenschap door elkaar schudt. Iets gelijkaardig deed de schrijver in twee andere boeken die eerder in het Nederlands verschenen: ‘Satanstango’ en ‘De melancholie van het verzet’. Krasznahorkai beweert dat hij altijd hetzelfde boek schrijft, maar nooit helemaal tevreden is. Dus probeert hij het opnieuw. Die circulaire beweging zit ook in de boeken zelf vervat. Het zet de lezer aan tot herlezen, en de schrijver tot herschrijven.

Krasznahorkai schrijft liever komma’s dan punten. Hij verankert geen zinnen, maar laat ze stromen. Paginalange alinea’s bestaan uit slechts één zin waarin het vertelperspectief al eens verschuift. Het lijkt een onoverkomelijke leeservaring, maar eenmaal je in het ritme zit, wordt het een achtbaan waarbij je de beveiligingsbeugel loslaat en wild met je armen heen en weer zwiert.

‘Baron Wenckheim…’ omvat een resem personages die allemaal hun taak hebben. Ze werken als kleine radertjes om de machine vlot te laten lopen. Hun functie lijkt soms beperkt, maar ze zijn onontbeerlijk om er de vaart in te houden. Verwijder één personage en het geheel stokt. Alles cirkelt wel rond de baron. Hij is de reden waarom de stad op stelten staat. Alle bewoners denken dat de baron een aanzienlijke hoeveelheid geld in de stad zal pompen, een plek die nu ‘aan zichzelf was overgelaten, uitgeleverd aan bedriegers, dieven, rovers en moordenaars’.

Alleen Dóra doorziet de waanzin. Ze is de enige die de zaken kritisch bekijkt en zich niet laat meeslepen door de hysterie, ‘want al komt er een baron, of zelfs een koning, hier gaat niks gebeuren’. En ze krijgt gelijk. De baron is niet meer dan een berooide vent die rust en liefde zoekt. Maar dan rijdt een aanstormende trein hem in drie stukken.

Samen met de baron sterft ook de valse hoop. Het confronteert de stedelingen met hun naïveteit en opportunisme. Een reactie blijft niet uit. In de enige krant die nog van de persen rolt – niet toevallig de oppositiekrant - verschijnt er een vlammend J’accuse. Iedereen moet het ontgelden. De inhoud van het stuk laat Krasznahorkai mondjesmaat los via de leeservaring van verschillende personages, om het uiteindelijk helemaal te laten uitdoven en de aandacht te verleggen naar de dood van de drie dagen oude babyolifant, ‘de lieveling van de kinderen’. Het is een heerlijk scherpe overgang van wat echt belangrijk is naar wat als belangrijk wordt voorgesteld.

Uiteindelijk gaat de stad ten onder. Explosies verpulveren gebouwen en alles dat erin zit. Wat rest is een zwartgeblakerd landschap met een wankele watertoren. Op die toren zit de Idioot, de enige die standhield. Hij aanschouwt de restanten van een systeem dat ooit zorgde voor organisatie en vooruitgang. Zijn benen bungelen over de rand van een vensterbank en er is niemand die hem waarschuwt voor het gevaar. Ignorance is bliss, verpersoonlijkt door een idioot en verbeeld door Krasznahorkai.

Details Fictie
Originele titel:
Báró Wenckheim hazatér
Auteur: László Krasznahorkai
Vertaler: Mari Alföldy
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
496