Kris Van Steenberge, 'Woesten'

'Miserie ... dat geraak je gewend'

De negentiende eeuw loopt ten einde. De mooie en pientere Elisabeth, dochter van de smid in Woesten, wil haar vleugels uitslaan en het dorp verlaten. Maar dat draait anders uit. Voor ze kan ontsnappen wordt ze zwanger van de Brusselse dokter Guillaume Duponselle. Ze trouwen en acht maanden later bevalt Elisabeth van een tweeling: een mooie blonde jongen, Valentijn, en een gruwelijk mismaakte baby, die zijn vader weigert een naam te geven – de jongen gaat verder als Nameloos door het leven. En dan komt 'dat vervloekte jaar 1914', het jaar dat de Eerste Wereldoorlog losbarst, maar ook het jaar dat Woesten wordt getroffen door een gruwelijke moord.

Woesten begint vanuit het perspectief van de jonge Elisabeth. Een meisje vol dromen dat uiteindelijk in een diepongelukkig huwelijk terechtkomt en haar hele leven in het teken van haar gezin stelt, vooral van haar mismaakte zoon Nameloos. De mannen die haar pad kruisen, de intellectuele 'Vreemdeling' meneer Funke en haar jeugdliefde Hendrik, kunnen haar niet overtuigen haar plicht als moeder te verzuimen. En net als ze besluit haar lot in eigen handen te nemen en te ontsnappen, eindigt haar leven. Na het intrieste verhaal van Elisabeth focust Van Steenberge op de andere gezinsleden van de familie Duponselle. De gebeurtenissen worden nog een keer verteld vanuit het perspectief van Elisabeths man, Guillaume, en hun twee zonen Valentijn en Nameloos. De perspectiefwisselingen werpen een verrassend licht op de personages én op wat er gebeurde in 'dat vervloekte jaar 1914'.

Het verhaal van Elisabeth en haar familie speelt zich af in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, maar die oorlog blijft bijna voortdurend op de achtergrond, als een zwart decor voor een nog donkerder verhaal. De tragische gebeurtenis waardoor op 28 juni 1914 'de vaste klei wordt omgewoeld als nooit tevoren' is niet de moord op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk, maar die op Elisabeth. Het nieuws slaat in als een granaat, en plots is iedereen in het dorp verdacht.

De puzzelstukjes van het verhaal vallen door de perspectiefwisselingen langzaam maar zeker in elkaar, en de spanning stijgt. Maar dankzij die veranderingen van perspectief krijgt de lezer vooral meer begrip voor het gedrag van de vier totaal verschillende personages. De zachtaardige Elisabeth, de neurotische Guillaume, hun rationele zoon Valentijn ('Het lot, het toeval, dat is mijn religie.') en hun spirituelere zoon Nameloos, die slimmer is dan hij lijkt. Elk personage is erg geloofwaardig uitgewerkt, met een eigen stem. Soms worden de beschrijvende zinnen die Van Steenberge gebruikt een tikje te lyrisch, maar dat verstoort de spanningsboog nooit. Naar het einde toe is de auteur de pedalen wel even kwijt. De toon wordt dan nogal zeemzoet, en dat staat in schril contrast met de zwarte miserie in de rest van het boek.

Woesten is een Vlaamse dorpsroman die zich afspeelt aan het begin van de 20ste eeuw, maar toch erg herkenbaar is. In de kleine, gesloten gemeenschap zoemt de roddel van de dorpsbewoners voortdurend op de achtergrond. 'De kwezels' van het dorp wrijven zich in de handen als er weer iets gebeurt in het huishouden van 'mijnheer docteur'. Die broeierige achterklap en verdachtmakingen weet Van Steenberge perfect te gebruiken in zijn mooi gestructureerde verhaal. Een indrukwekkende debuutroman zoals er meer zouden mogen verschijnen.

Details Fictie
Auteur: Kris Van Steenberge
Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
382