Kathleen Vereecken, 'Alles komt goed, altijd'

Iedereen is sterk als het moet

De fraai geïllustreerde voorflap van ‘Alles komt goed, altijd’ toont een naïef, wat onschuldig beeld van een jong meisje in een appelboom. Een sterk beeld, dat zowel melancholie als tristesse uitstraalt en perfect de overheersende sfeer in deze beklijvende jeugdroman verbeeldt. Vereecken focust op de impact van de Eerste Wereldoorlog op een Iepers gezin met vijf kinderen. De sterk veranderende wereld en onderhuidse dreiging worden haarscherp geregistreerd door protagoniste Alice. Het consequent volgehouden kinderperspectief biedt een overtuigend en realistisch beeld. Alice observeert de haar omringende volwassenen en doorprikt feilloos hun aanvankelijke optimisme, bv. wanneer vader en tante Anna geloven dat de oorlog niet zal uitbreken:

''Je hebt gelijk, Anna. Dit is het veiligste hoekje van België, van de wereld zelfs.’ Ik wilde hem zeggen dat de wereld rond was, dat een bol geen hoekjes heeft. Maar ik zweeg en lachte, omdat iedereen lachte.'

Die oorlog neemt snel concrete vormen aan wanneer de eerste vluchtelingen passeren, later gevolgd door de Duitse soldaten. Alice en familie worden aanvankelijk met voedselschaarste geconfronteerd, maar moeten later eveneens vluchten. Tevens ervaren ze het oorlogsleed aan den lijve wanneer hun moeder tijdens een bombardement om het leven komt. Het siert Vereecken dat ze de ingrijpende gebeurtenis in enkele uitgepuurde zinnen vat, die het leed voelbaar maken en daardoor echt beklijven.

Alice krijgt de zware verantwoordelijkheid over haar jongere broer en zus, vlucht met hen naar Frankrijk. Dat wordt visueel knap weerspiegeld in een ingetogen prent die aan een piëta herinnert. De heftige ervaringen drukken vanzelfsprekend hun stempel op Alice’ groei van onbezorgd kind naar zelfbewuste tiener. Enerzijds verlangt ze naar de tijd toen haar huis nog een thuis was, anderzijds leert ze ook relativeren.

'Als iemand anders mij zou vertellen hoe oorlog was, zou ik denken dat ik de hele tijd bang zou zijn. En toch was dat niet zo. We waren bang, soms, maar meestal leefden we verder.'

Ondanks het bijwijlen harde verhaal overtuigt Vereecken met een poëtische taal en opvallend soepele zinnen, die echo’s in zich dragen van eerder werk, zoals ‘Alles kleuren grijs’ (1997) of ‘Kleine Cecilia’ (1999). Over de wereldbol, een terugkerend patroon dat zowel de vlucht als het verlangen naar een eigen plek symboliseert, schrijft Vereecken:

'Het was het mooiste cadeau van de wereld, en we hadden het zomaar gekregen. Het was de wereld zelf.' Dat beeld keert in de illustraties terug, wanneer twee silhouetten net zoals Atlas de wereld op hun schouders torsen. 

Charlotte Peys beperkt zich tot een sober blauw; de uitgelezen keuze voor een nostalgische, wat weemoedige sfeer. Daartegenover plaatst ze realistische beelden, stevig in de harde werkelijkheid van de Eerste Wereldoorlog ingebed. Anonieme gezichten maken haar figuren tot makkelijk inwisselbare individuen; oorlog is immers een verhaal van alle tijden en culturen.

Bij het schrijven over oorlog en geweld focussen veel (jeugd)auteurs op de informatieve waarde, en verliezen het literaire aspect deels uit het oog. Niet zo Kathleen Vereecken, die met een sterke protagoniste haast vanzelf empathie bereikt en de harde werkelijkheid in poëtische zinnen vat. Dat resulteert in een bijzonder sterke jeugdroman, die zeker een waardevolle bijdrage vormt aan de herinneringseducatie, maar zowel stilistisch als inhoudelijk nog veel meer te bieden heeft.

Vanaf 9+

Details Fictie
Auteur: Kathleen Vereecken
Illustratrice: Charlotte Peys
Uitgeverij: Lannoo
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
171