Joseph Roth, ‘Hotel Savoy’

Een hotel als lotsbestemming?

Zou Hotel Savoy echt bestaan, het zou een van de minst aantrekkelijke plekken ter wereld zijn. Gestrande figuren van allerlei slag komen er samen: gefnuikt in hun dromen, gefaald in hun leven, berooid in hun portefeuille. Dat het erger kan, weten ze: boven hen bevinden zich immers de (nog) minder gefortuneerden. Diegenen met een hogere maatschappelijke rang bevinden zich dan weer onderaan in de vertrekken van het hotel. Eigenlijk heeft Roth de sociale ladder simpelweg omgekeerd: een staalkaart van de hele samenleving bevindt zich er op een paar vierkante meter bij elkaar vandaan, echter onverbiddelijk gescheiden door hun status. De grote tweeledigheid van een nabijheid waar een onoverbrugbare afstand zo duidelijk doorheen schemert, vormt de essentie van een dynamische roman waaruit Roths talent reeds onmiskenbaar naar voor komt.

Zo beroemd als ‘Radetzkymarsch’ of ‘Hiob’ is ‘Hotel Savoy’, een van Roths vroegste werken, ook in het Duitse taalgebied nooit geworden. De stijl is experimenteler in die zin dat de protagonist, al vanaf de eerste pagina’s, de lezer als het ware in de trance van zijn eigen ervaringswereld probeert binnen te loodsen. Fascinerend is hoe hijgerig en ijlhoofdig Roth de taal bij momenten laat worden. De taal lijkt soms aangewend alsof de schrijver over de woorden heen raast uit angst ze onderweg te verliezen. De vergankelijkheid van indrukken en observaties spat van een aantal bladzijden af: Roth heeft als geen ander begrepen hoe broos een menselijk bestaan was, en hoe uniek elk ogenblik. Zit bijvoorbeeld ‘Radetzkymars’ veel meer ingebed in een tragere verhalende traditie, dan is dit boek eerder een exploratie van waar taal heen kan voeren. Uiteraard niet in de postmoderne, laat 20e-eeuwse betekenis van het woord, maar met de voorzichtige passen van iemand die het literaire wezen nog volop aan het verkennen is.

Aan het gegeven dat Roth zijn hele analyse van een samenleving die de verdrukten nog verder in de verdrukking laat komen in een hotel situeert, hangt een tragische voetnoot vast. Zelf ging Roth vanaf 1933, toen hij Duitsland moest ontvluchten omwille van zijn politieke ideeën, een nomadenbestaan leiden, zich van hotel naar hotel slepend, met in zijn kielzog een walm van de alcohol waaraan hij inmiddels verslaafd was geworden. Met de steun van enkele bevriende schrijvers kon hij het hoofd boven water houden, maar zoals hoofdpersonage Gabriel Dan als krijgsgevangene de oorlog heeft overleefd, zo blijft ook Roth zwerven door de ruïnes van een Europa dat hij in zijn romans al gestalte had gegeven. Was hij zijn tijd literair vooruit, dan haalde de werkelijkheid hem uiteindelijk toch in. Nog geen vijftig jaar oud vond hij de dood, terwijl hij met het biografisch getinte ‘Die Legende vom Heiligen Trinker’ de wereld nog een laatste kleinood schonk.

Is het een zegen een oeuvre na te laten met enkele titels die tot de beste behoren van wat er in het interbellum is geschreven? Niet noodzakelijk. Zou een gemiddeld schrijver op zijn blote knieën smeken om een boek als ‘Hotel Savoy’ te kunnen schrijven, dan moet, in vergelijking met Roths latere werk, immers worden opgemerkt dat dit boek rijker had gekund qua plot. Ook karakterieel had de auteur meer tot ontwikkeling kunnen laten komen. Nu heeft ‘Hotel Savoy' immers wel de vitaliteit, maar nog niet de hele diepte van wat men doorgaads als een klassieker bestempelt. Wat uiteraard niet wegneemt dat het, ondanks alle miserie, toch fijn toeven is in dit hotel. In gezelschap van Roths geweldige rits aan personages althans.

Details Fictie
Een hotel als lotsbestemming?
Originele titel:
Hotel Savoy
Auteur: Joseph Roth
Vertaling: Wilfred Oranje
Onder eindredactie van: Elly Schippers
Uitgeverij: LJ Veen Klassiek
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
160