Elk huisje draagt zijn kruisje en elke familie leeft van oude verhalen die jaarlijks op familiefeesten opnieuw worden verteld. Joseph Pearce heeft een volledige roman rond zulke familiemythes gesponnen. Het resultaat is 'Suikertantes', een boek waarvan we de nasmaak niet meteen kunnen thuisbrengen. Ons lijkt het eerder 'bittersweet' te zijn.
Het hoofdpersonage van het boek raakt uitermate geïnteresseerd in de familiegeschiedenis wanneer hij zijn moeder en tante hoort spreken over een rijkere tak van de familie. Volgens de familiale overlevering zouden twee suikertantes immers zeer goed geboerd hebben voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze zouden een enorme rijkdom verdiend hebben door het maken en verkopen van snoep, met in het bijzonder de befaamde en nog steeds geheime 'zwarte bollen'. Vastberaden de ware toedracht omtrent deze stadsfiguren te weten te komen, duikt het hoofdpersonage de geschiedenis in. Aan de hand van de vertellingen van zijn bejaarde moeder loodst hij ons door de stad Vilvoorde ten tijde van de Grote Oorlog. Hoe waren de suikertantes in staat om zulke rijkdom te vergaren ten tijde van oorlog? Hoe komt het dat ze in conflict kwamen met de Duitse bezetter? Maar vooral, wat is de ware toedracht van dit alles?
'Suikertantes' is een trein die met veel vertraging en heel langzaam op gang komt. Het verhaal mist vaak dynamiek en vervalt daarom meermaals in beschouwingen of zijsporen die de lezer enkel verder weg van de kern brengen. De opstap naar de suikertantes is moeizaam en neemt te veel tijd in beslag. Hierdoor groeit de kans dat de lezer in een vlaag van ongeïnteresseerdheid het boek voortijdig opzij legt en stof laat vergaren. Daarnaast blijven de drijfveren van het hoofdpersonage een vreemd en onopgelost gegeven. Waarom wacht het personage zo lang om die plotse interesse te ontwikkelen voor zijn familieverleden? Wat heeft die enthousiaste opzoekingsdrift veroorzaakt?
Wanneer de trein der traagheid van Pearce dan uiteindelijk snelheid begint te maken, verbetert meteen ook de verhaalstructuur. Het geïndustrialiseerde Vilvoorde en diens inwoners wordt treffend gekarakteriseerd en de burgerlijke platvloersheid van de suikertantes komt duidelijk naar voren. Het hoogtepunt van deze roman situeert zich dan ook naar het sluitstuk toe. Wanneer het hoofdpersonage anomalieën begint te ontdekken in het relaas van zijn moeder, komt een morele vraag boven drijven. Is het beter om vast te houden aan familietradities en –legendes, waarin tantes en nonkels als echte helden de geschiedenis ingaan; of moeten die mythes wijken en ontkracht worden ten voordele van de historische waarheid?
In onze hedendaagse maatschappij die zich manifesteert en in stand houdt op basis van feitelijke gegevens zijn zulke vragen enorm relevant en smeekt dit om verdere lectuur. Misschien kan Pearce hierop verder gaan, maar dan in een zoeter verhaal met een minder bittere nasmaak.

Reageer