Jon McGregor, 'Reservoir 13'

Traag op gang komende roman leest uiteindelijk als een trein

Een roman die een kaft heeft met enkel loftuitingen is natuurlijk altijd verdacht. Ook al is de auteur reeds drie keer genomineerd voor de Man Booker Prize (de eeuwige tweede?). Jon McGregor is met ‘Reservoir 13’ aan zijn vierde, beloftevolle roman toe. Feit is dat hij al een aantal awards in de wacht heeft gesleept en dat dit boek niet onderdoet voor zijn eerdere werk, Man Booker Prize of niet.

Een niet nader genoemd dorpje in de Engelse heuvels. De dorpsbewoners verzamelen zich een uur voor zonsopgang. Het meisje heet Rebecca, of Becky, of Bex. Ze is vermist. Ze was het laatste gezien in een witte hoodie, een marineblauwe bodywarmer, een zwarte spijkerbroek, gympen. Ze was een meter vijftig. Dit is de premisse van ‘Reservoir 13’. De lezer wordt al snel in het dorpse leven gezogen, een leven dat wordt opgeschrikt door de verdwijning van deze jonge tiener. Opgeschrikt, ja, maar het leven gaat ook door, in een eindeloze cyclus van repetitieve handelingen. Geoff Simons bakt potten; Nelson, de hond van meneer Wilson, moet worden uitgelaten; de tweeling Cooper groeit op; verkeringen tussen de pubers Linsey, James, Sophie, Rohan en Liam worden aangegaan en uitgemaakt; Jane Hughes leidt de kerkdiensten; Andrew, met wie iets mis is maar niemand weet precies wat, maakt het zijn moeder Irene steeds moeilijker; Gordon versiert het ganse dorp; vuurwerk wordt afgestoken. McGregor herhaalt continu dezelfde zinnen, zoals wat het meisje aan had, hoe de jongens Jones zomer na zomer lammeren, de intieme zondagen van Su en Austin, de vader van het vermiste meisje die regelmatig wordt gesignaleerd in de heuvels, de cricketwedstrijden tussen dit en het aangrenzende dorp die, op één keer na, eeuwig worden verloren.

In eerste instantie lokken de korte, staccato aandoende zinnen een milde irritatie uit. Het lijkt wel een boek voor beginnende lezers. Totdat de zich herhalende zinnen en gebeurtenissen een bepaalde trance opwekken, de trein op gang is en het een zeer aangename diesel blijkt te zijn. In het boek verstrijken ongeveer tien jaren. Jaar na jaar blijft Rebecca Shaw onderwerp van gesprek, jaar na jaar wordt het onderzoek niet gesloten. Bladzijde na bladzijde blijft het spannend: wordt ze gevonden, ja of nee? Het boek weet de lezer zonder enige moeite op het puntje van zijn of haar stoel te houden. Toch blijkt dit niet de belangrijkste verhaallijn te zijn, enkel de lijm die het breekbare dorp enigszins bij elkaar houdt, of juist opbreekt? Ondertussen evolueren de dorpsbewoners van onbekenden naar kennissen naar mensen die na aan het hart liggen, als karakters van een favoriete televisieserie. De lezer weet alles van hen, zij weten niets van de lezer: het is als een grote vissenkom.

McGregor schildert schitterende portretten van elk individu in het dorp. Bijna allemaal hebben ze wel iets onverwachts, ten goede of ten kwade. Het dorp is een gesloten gemeenschap, maar voor wie dat wil wordt die gemeenschap opengebroken om een nieuw lid te verwelkomen, maar je moet je dan wel volgens vele geschreven en ongeschreven regels gedragen. McGregor, zelf opgegroeid in een stadje van ongeveer 140.000 inwoners, weet dit zowel benauwende als bevredigende leven voortreffelijk neer te zetten. Hij toont aan dat iedereen een rol te vervullen heeft, en dat als iemand die rol in de steek laat, het hiaat maar moeizaam kan worden opgevuld. Personages worden liefdevol en zonder waardeoordeel beschreven. ‘Reservoir 13’ is een fantastisch boek en verdient elke loftuiting die op de kaft staat. Deze recensie van Cutting Edge past zonder problemen in het rijtje.

Details Fictie
Originele titel:
Reservoir 13
Auteur: Jon McGregor
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
285