Jeroen Janssen, 'Abadaringi'

Zoveel meer als een reisverhaal

Er zijn van die momenten dat je beseft dat je persoonlijke wereldje wel heel erg klein is. Uiteraard heb je gehoord over andere continenten, andere mensen in andere culturen. Vanzelfsprekend weet je dat er ergens ooit een oorlog woedde. Dat mensen op de vlucht sloegen. Maar echt weten, echt begrijpen, echt kennen, dat doe doe je niet. Voor die dingen heb je geen referentie. Je eigen kleine zelf kan niet voelen wat iemand anders, ver weg, voelt.

De media, denk je dan. De krant, het journaal, de diepgaande reportages en documentaires – die geven je toch inzicht? Akkoord, dat is mogelijk, maar toch: zelden maken ze echt indruk. Ze passeren als fait-divers. Interessante getuigen, daar niet van, maar toch een deel van het ongrijpbare Verwegistan.

Slechts af en toe krijg je toegang tot datgene wat doorgaans afgesloten is. Deze strip – of is het een boek? – biedt je net dat. Een gateway naar een ander leven. Naar wat een mens verrijkt.

'Abadaringa' heet het boek. Het vertelt het verhaal van haar maker – Jeroen Janssen – en zijn band met Rwanda. In het begin van de jaren negentig gaf Janssen er les, aan de kunstschool van Nyundo. In 1994 vluchtte hij, samen met zijn gezin, voor de genocide. Vluchten of sterven, een keuze die we niet willen maken.

In 2007 keert hij terug. Naar Nyundo en de school. Om te kijken wat er nog van over is. Om terug te gaan in de tijd – toen alles nog anders was. Tijdens zijn reis tekent hij, praat hij met mensen. Dat alles zie je in dit boek. Als een reisverslag, vol kleurige tekeningen.

Na zijn reis zoekt Jansen zijn oude studenten en collega's op. Rwandezen die net al hemzelf gevlucht zijn. Zich verspreid hebben over de wereld: Vlaanderen, Wallonië, Duitsland, Frankrijk, Amerika. Ook met hen spreekt hij. Die gesprekken lees je, in de tekeningen zie je wie ze zijn. Hoe ze leven. Hoe hun woonkamer er uit ziet. Later gaat Jansen opnieuw naar Afrika: ook daar gesprekken. Mensen. Levens. Een andere stad in een andere wereld.

Het is wonderbaarlijk wat een indruk dit op ons maakt. Ze vertellen, de ooit-vluchtelingen, over de oorlog, over de moorden. Over wie het niet overleefde. Ze laten je zien hoe ze nu leven. Subtiel, want Jansen is slim. In de gesprekken wordt er nooit met grote woorden gesproken. Het is echt, natuurlijk. Je leidt zelf af hoe de spreker zich voelt. Je geraakt doordrongen van hun problemen, angsten, hun liefde voor 'FC De Kampioenen'.

Het onderwerp klinkt zwaar, maar het leest anders. Komt het door de fascinerende tekeningen? Door de prachtige kleuren, de fenomenale, hoogstpersoonlijke landschappen? Door de portretten: met tonnen respect en emotie op papier gezet? Of komt het door het volume – veel gesprekken, 320 pagina's? Wat de oorzaak ook is, één ding is zeker: je ziet het, je voelt het - hoe het leven in Afrika na de oorlog verdergaat. Hoe een mens niet enkel overleeft, maar leeft, in omstandigheden die voor ons kleine landje onmenslijk lijken. Je ontdekt dat de zwart-wit tegenstellingen uit de krant niet zo uitgesproken zijn. Dat er daartussen een echt leven bestaat. Geen gemakkelijk, maar niettemin een leven. Even intens, leuk en hoopvol als het jouwe.

Jeroen Janssen is geen journalist en dit geen reportage. Gelukkig maar – journalistieke objectiviteit zou hier een torenhoog obstakel zijn. Mensen zijn nu eenmaal subjectief. Daar valt niet aan te ontsnappen. Het is net dat wat je meeneemt, ver weg, naar andere continenten.

Details Strips
Auteur: Jeroen Janssen
Uitgeverij: Oogachtend
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
320