Jeroen Brouwers, 'De laatste deur'

Jeroen Brouwers laat de deur op een kier staan

Ongeveer een halve eeuw geleden raakte Brouwers gefascineerd door het verschijnsel zelfmoord. In een periode van enkele jaren namen Anne Walravens, de ex-geliefde van de schrijver, en enkele van zijn vrienden plotseling afscheid van het leven. Vooral de zelfmoord van de toen 23-jarige Anne greep de auteur zo fel aan dat hij op zoek ging naar het waarom van zelfdoding. Het was zonder meer de aanzet van zijn inmiddels bekende boek De laatste deur dat anno 1983 het levenslicht zag en waarover hij in Humo getuigde: "Ik leverde het in bij Theo Sontrop van De Arbeiderspers, maar die voelde niets voor het boek, dat werd ik meteen gewaar. Hij was bang van zelfmoord, denk ik. Maar hij dacht het wel te kunnen verkopen."

Nagenoeg 34 jaar na de verschijningsdatum ligt het eindelijk weer in de boekhandel. Het is met honderden pagina's uitgebreid en bevat met uiterste precisie geschreven literaire portretten van onder andere Joost Zwagerman, Daniël Robberechts, Wim Brands en Anil Ramdas. Evenzeer portretteert Brouwers echter nobele onbekende namen. Wie heeft in Vlaanderen ooit gehoord van schrijfster Lucrèce Van Hecke, laat staan van Maria Messens, wier totaal vergeten roman Sibylle, of de radeloosheid op een rommelmarkt toevallig aan zijn hand bleef plakken. Ook over diegenen van wie het oeuvre uit het collectieve geheugen is verdwenen, schrijft Brouwers allesbehalve oppervlakkig.  

Ondanks het feit dat hij niet meteen begrip heeft voor hun daden, schetst hij met liefde en empathie hun necrologie. Het zijn boeiende stukken waarin hij over de eeuwen heen alle facetten van zelfmoord onderzoekt en gedetailleerd beschrijft. Hierbij vallen vooral de jaren zeventig op. Een periode waarin Jan-Emiel Daele, Dirk De Witte, dichter en cultfiguur Jotie T'Hooft en de Nederlandse auteurs Jan Arends en Jan Emmens uit het leven stapten. 

Jaren vol vrijheid die hij in een virtuoze typische stijl oproept: "Het was in de tijd dat de dingen nog niet gebarsten waren, al stonden ze op barsten. Hoe wij groot waren in het elkaar toekennen van 'vrijheid', en in het elkaar gunnen van 'geluk'; wij waren niet jaloers op elkaar, niet hatelijk tegenover elkaar, wij zeiden tegen elkaar dat wij ons in elkaars geluk verheugden."

Het was een sombere tijd, maar hoe kijkt hij dan tegen de zelfmoorden van Nico Slothouwer, Anil Ramdas, Wim Brands, Jeroen Mettes en een tragische scribent als Nanne Tepper aan?  

Ontroerend mooi is de apologie die hij voor laatstgenoemde schrijft. Als Max Pam schrijft dat Tapper een mislukte schrijver was, dient Brouwers hem onmiddellijk van antwoord: "Nu zijn er massa's schrijvers die voor hun dood al niet meer werden/worden gelezen zonder daarom mislukte schrijvers te zijn en laten we eerlijk zijn, Max Pam heeft als literatuurcommentator nooit iets betekend." Een dodelijke banderilla van Brouwers. Andere hommages zijn gewijd aan de in Vlaanderen ten onrechte nauwelijks gelezen Menno ter Braak, Daniël Robberechts - wanneer wordt zijn verzameld werk ooit eens uitgegeven? - en ten slotte Joost Zwagerman, die hij van nabij heeft gekend.

"Ik ontving zijn eerste brief uit Alkmaar, handgeschreven, in 1983: 'Ik ben negentien jaar oud en moet nog zoveel leren.' Hoe, waar, wanneer wij elkaar voor het eerst lijfelijk ontmoetten, is uit mijn geheugen verdwenen. Onze correspondentie eindigde onregelmatig met een computerbrief van hem in april 2015, een datum tussen de opruiming van zijn archief en die van zichzelf."

De laatste deur van Brouwers is een boek over suïcidale auteurs die het raadsel een raadsel laten blijven.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
1190