Jan Cremer, 'Canaille'

De man betaalt

Je kunt er niet omheen: Jan Cremer is en blijft een fenomeen, zozeer zelfs dat hij niet eens meer hoeft te schrijven of te publiceren. Zijn naam is inmiddels verzelfstandigd, hoger kan een auteur niet mikken. En toch houdt hij er - onder het motto: moedig voorwaarts - stevig de pas in. Na 'Fernweh' (2016) en 'Sirenen' (2017) is er nu 'Canaille', het derde deel van de 'Odyssee'-cyclus.

Wie Jan Cremer heeft gelezen weet het onderhand wel: hij is altijd door mooie vrouwen omringd, soms legt hij zelfs met meer liefjes tegelijk aan. Daar komt vroeg liefdesverdriet of stampei van. Had zoiets vroeger nauwelijks een verzachtend effect op hem, dan staan de zaken er nu enigszins anders voor. Cremer is met zijn 'Odyssee'-cyclus aan terugkijken toe.

Waarom gingen hij en de aantrekkelijke mannequin Loes Hamel - 'Sirenen' - destijds uit elkaar? Waarom eiste actrice Jane Mansfield hem exclusief voor zich op? En hoe werd hij op een dag hals over kop verliefd op Perrine - een Vlaamse schone - de prima ballerina van het New Yorkse ballet?

Cremer maakt in 'Canaille' de balans op van een zoveelste liefdesavontuur dat kennelijk littekens bij hem heeft nagelaten. Canaille, het is een wat vreemde titel. Het woordenboek leert ons dat het zowel gespuis als een gemeen vrouwspersoon betekent, ofschoon dat laatste allerminst op Perrine slaat. Bij haar vindt hij rust en neemt hij zich voor goed voor haar te zorgen.

'Ik ben van huis uit door mijn moeder opgevoed met de stelregel dat de man altijd voor de vrouw betaalt. Dat Perrine eerst voorstelde van alles de helft te betalen had ik meteen kordaat afgekapt. Ik betaal voor alles!'

Hoe turbulent en onvoorspelbaar het leven van Cremer ook is, het valt nauwelijks bij te houden hoe hij van het ene land naar het andere vliegt en verhuist, uiteindelijk duurt zijn relatie met Perrine ruim zes jaar. Na de geboorte van Camille wijst alles erop dat zijn geliefde verlangt dat hun dochtertje in België wordt opgevoed. Er zit dus niets anders op dan er een woning te zoeken. Het brengt hem in Nukerke waar hij overweegt de riante hoeve van Hugo Claus - hij valt er bijna voor de charmes van zijn vrouw Elly - te kopen.

Zijn verblijf in Vlaanderen, waar de familie van zijn geliefde hem weigert te omarmen, levert aantrekkelijk geschreven passages op. Vooral Petrus, de pater familias, moet het ontgelden.

'Perrine geldt als een vreemde eend in de bijt en wordt aan tafel continu beledigd. Ze kan niks en ze is niks. Dat ballet stelt niks voor. "Awel, dat is werk voor hoeren", beweert Pa Peeters stellig.' Logisch dat Cremer op zijn schoonouders het woord canaille plakt.

Wat te verwachten is, gebeurt: schrijver en geliefde groeien uit elkaar. Al was het maar omdat er voortdurend aantrekkelijke en sexy meiden opduiken waaraan hij moeilijk kan weerstaan. Toch kan hij Perrine niet zomaar vergeten en blijft hij zielsveel van zijn dochter houden.

'Maar mocht je ooit nog eens wakker worden en met je echte vader willen praten: ik ben er altijd voor jou.'

'Canaille' is eerlijk en bijzonder breekbaar proza van een schrijver die blijft verrassen. Zou het kunnen dat hij in de nabije toekomst nog herinneringen ophaalt aan Anita, zijn Parijse vriendin, de langbenige Zweedse Barbro of andere meiden? Hopelijk heeft Cremer het monster dat liefde heet lang nog niet getemd.

 

Details Fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
356