Ingrid Vander Veken, 'Wat overblijft'

Een mens bezit niets

In 'Wat overblijft' verwoordt Ingrid Vander Veken (1948) uitvoerig wat het betekent een woning leeg te maken waarin je jarenlang hebt gewoond. Wat neem je mee? Wat belandt in het containerpark? En wat doe je met al die herinneringen die onlosmakelijk met het huis zijn verbonden?

Een woning leeghalen bij een sterfgeval of een verhuizing, het is me wat. Geen mens die er enthousiast aan begint. Wat wil je? Opruimen is geconfronteerd worden met het verleden. Een emotioneel gebeuren. Herinneringen aan alles wat zich tussen stille muren heeft afgespeeld, afscheid nemen van zo veel - van gebruiksvoorwerpen tot objecten - dat plotseling overbodig lijkt.

Het overkwam Ingrid Vander Veken die op een dag besloot te verkassen naar een minder ruime woning. Een beslissing met allerlei gevolgen die ze van tevoren niet had ingeschat. Het zette haar alvast aan tot het schrijven van 'Wat overblijft', een autobiografisch boek over een rijpere vrouw die, aan alles wat ze in haar vroegere woning onder handen krijgt, haar leven overschouwt. Een eenvoudige tafel is al voldoende om heel wat beelden van vroeger op te roepen.

'Dit is de tafel van lachen en huilen, van ruzies en verzoeningen, van laat ontbijten en stapels kranten lezen. Van heerlijke spijzen en overvloedige drank en urenlange gesprekken met vrienden of gasten uit de hele wereld.'

En zo gaat haar verhaal niet klassiek lineair maar in korte hoofdstukken, waarin van de hak op de tak wordt gesprongen, verder. Naarmate de verhuizing dichterbij komt slaat de vertwijfeling meer en meer toe. Landkaarten verwijzen naar verre reizen die inmiddels definitief zijn geschrapt. Er zijn boeken die nooit meer gelezen zullen worden, afgedankte kleren, enzovoort.

Het staat allemaal symbool voor alles wat ooit is geweest. Is het om die reden dat er wordt verwezen naar M.J. Eberhardt, een Amerikaanse dokter, die zich op zijn zestigste van al zijn bezittingen ontdeed - hij schreef er het boek 'Ten Million Steps' over - om ten slotte niets anders meer te doen dan wandelen? Het brengt Vander Veken bij een huisvriend die terminaal ziek is en over wie ze zich met twee anderen - ze noemen zichzelf musketiers - heeft ontfermd. Zonder in al te goedkope emotionaliteit te vervallen schrijft  ze zijn levensverhaal treffend en met een sublieme pen neer. Kennelijk een sereen man die een diepe indruk op haar heeft nagelaten.

'In zijn brief gaat Vriend dieper in op wat niet enkel bij ons bewondering en verwondering wekt. Sindsdien ben ik doordrongen geraakt van het besef dat een mens niets bezit: geen huis, geen hond, zelfs geen leven. Dat alles hebben wij slechts te leen, wij zijn er de hoeders van.'

Hoe ze afscheid nemen van een huis met het heengaan van een dierbare vriend in een voortreffelijke stijl op een subtiele manier laat samenvallen getuigt van literair vakmanschap. Na 'Zwijgen' (2016) verdient Ingrid Vander Veken met 'Wat overblijft' een meer dan ruime lezerskring.

 

Details Fictie
Uitgeverij: Polis
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
262