Ilja Leonard Pfeijffer, Second Life

Het beste van twee werelden

De Arbeiderspers opende onlangs als eerste Nederlandse uitgeverij een kantoor op Second Life, de driedimensionale virtuele wereld waarin inmiddels meer dan drie miljoen mensen een tweede leven hebben opgebouwd. Tijdens het openingsfeest werd ‘Second Life’ van Ilja Leonard Pfeiffer voorgesteld. De Nederlandse dichter, romanschrijver en columnist bracht de afgelopen maanden meerdere uren per dag door in Second Life. Voor nrx.next, de hippe ochtendeditie van NRC Handelsblad, schreef hij gesmaakte reportages over zijn belevenissen in de brave new world van Second Life. Een sterk uitgebreide neerslag van die teksten werd gebundeld in dit flinterdunne boekje.

Ga nu niet meteen in Second Life op zoek naar de langharige podiumtijger Ilja Leonard Pfeiffer, want je zult hem er niet vinden. Net zoals alle andere bewoners kroop ook hij in de huid van een avatar, en wat voor één! In First Life – de echte wereld – is Pfeiffer naar eigen zeggen ‘dik, onverzorgd en hooguit als zodanig imposant’. In Second Life transformeert hij zichzelf in een schaars geklede pornobabe die het hoofd van mannen én vrouwen op hol doet slaan. De twee meter lange deerne met een vetgeil kontje, ranke benen en uit de kluiten gewassen borsten luistert naar de naam Lilith Lunardi.

Met Lilith Lunardi als tweede pixelhuid begint Ilja Leonard Pfeiffer aan wat hij zelf een ‘literair, sociologisch en antropologisch experiment’ noemt. Op het eerste gezicht is Second Life effectief een verbeterde versie van het ware leven: ‘Alle mensen zijn mooi, iedereen kan vliegen en niemand woont in een rijtjeshuis.’ Pijn, verwondingen en dood zijn onmogelijk in de kunstmatige wereld, en misdaad is al helemaal uit den boze. Toch is bij nader inzien niet alles peis en vree voor de avatars – die ‘als ziel vermomde aankleedpoppen’, zoals Ilja Leonard Pfeiffer ze treffend omschrijft – in Second Life. Doordat de tweede wereld zo angstaanjagend realistisch en perfect is, treedt er na verloop van tijd onvermijdelijk verveling op bij de inwoners. De online wereld is bovendien even meedogenloos als het echte leven: ‘mensen komen naar Second Life om de ellende van First Life te vergeten, maar binnen de kortste keren hebben ze in Second Life precies dezelfde ellende.’ In Second Life worden er immers ook dagelijks harten gebroken en ambities gefnuikt.

In dit verhelderende boek laat Ilja Leonard Pfeiffer ons een kijkje nemen achter de schermen van een wondere virtuele wereld, zonder de ambitie te hebben om een totaalbeeld te schetsen van alle mogelijkheden van Second Life. Daarom is het ook meer een boek voor de geïnteresseerde leek dan voor wie echt elk technisch detail van Second Life wil ontdekken.

De aan een trefwoord opgehangen korte hoofdstukken waarin Ilja Leonard Pfeiffer in een loepzuivere taal de ene digitale anekdote na de andere aan elkaar rijgt, lezen bijzonder vlot weg. Dit is infotainment-literatuur waarvan je op een toegankelijke wijze iets bijleert over hoe wij als mens in de wereld staan, of het nu in ons eerste of tweede leven is. Dromen we in het geniep immers niet allemaal van een Second Life waarin we de perfecte mens kunnen zijn en onze dagdagelijkse beslommeringen kunnen vergeten?

Ilja Leonard Pfeiffer schrijft zo verleidelijk over Second Life dat je serieus veel weerstand zal moeten hebben om na het dichtklappen van dit boek niet meteen achter je pc te kruipen, een avatar aan te maken en je eerste schreden in de wereld van Second Life te zetten. Vergeet in dat geval zeker de wijze woorden van Lilith Lunardi niet: ‘Het tweede leven is maar een spelletje, toch?’

Details Non-fictie
Auteur: Ilja Leonard Pfeijffer
Uitgever: De Arbeiderspers
Jaar:
2007
Aantal pagina's:
124