Hugo Claus, 'Alle verhalen'

De nalatenschap van een literaire keizer

Het is lang wachten geweest op 'Alle verhalen' van Hugo Claus (1929-2008). Wie ze gelezen heeft moet het eens zijn met wijlen Gerrit Komrij die ooit schreef: 'Het werk van Hugo Claus is zo breed als de ziel diep is.' Een citaat dat terecht op de achterflap van deze uitgebreide verzameling verhalen prijkt.

Al op vrij jonge leeftijd lukt het Claus te debuteren in literaire tijdschriften als Tijd en Mens, Nieuw Vlaams Tijdschrift of De Vlaamse Gids. Opvallend sterke verhalen die later werden opgenomen in 'Natuurgetrouw' en 'De zwarte keizer'. Twee inmiddels klassiek geworden titels die nu in 'Alle verhalen' worden aangevuld met enkele verspreide en nooit eerder verschenen kortverhalen.

Zijn literaire aanleg wordt al vlug opgemerkt door Louis Paul Boon - 'Hugo Claus schrijft bewonderenswaardige dingen' - en de allang vergeten Maurice Roelants die hem het epitheton 'rot van talent' toeschrijft. 

'Alle verhalen' is zonder meer een schatkamer die zoveel literaire parels bevat dat je er best geruime tijd over doet om ze leeg te roven. Verhalen uit de jaren veertig en vijftig die verrassend fris en origineel zijn gebleven. Ze illustreren hoe virtuoos hij toen al dit bepaald niet makkelijke genre beheerst. Wordt hij als romancier, dichter en toneelauteur alom bejubeld dan verdienen zijn verhalen, ze variëren van uiterst kort tot bijna novellen, veel meer aandacht.

Soms zijn ze sterk autobiografisch getint zoals 'Suiker' - zijn wedervaren op jonge leeftijd in een Franse suikerfabriek - of als 'Over mijn voorouders' een blauwdruk van wat later 'Het verdriet van België, zijn magnum opus zal worden.

Ongetwijfeld een van de sterkste verhalen uit de hele bundel is 'Drie steden' waarin hij uitvoerig en met een guitige knipoog rapporteert over zijn verblijf in achtereenvolgens Rome, Milaan en Gent. Nog verder in de tijd situeert zich 'Het oponthoud' of een zelfportret van een piepjonge Claus.

'In 1946 was ik zeventien jaar oud en een auteur. Lange haren, schichtige blik, een bruinfluwelen jasje geknipt uit mama's gordijnen, een bundel in eigen beheer. Ik ging naar de Poëziedagen van Merendree die zomer waar de promotor, pastoor Basiel de Craene, mij een hand gaf en zei: "Welgekomen, jonge vriend."'

Niettegenstaande hij in het verleden herhaaldelijk beweerde geen autobiografisch schrijver te zijn, gaf hij wel toe mensen uit zijn onmiddellijke entourage en gebeurtenissen uit zijn leven voor zijn verhalen en romans te gebruiken. Dit in combinatie met ongebreidelde fantasieën levert als eindresultaat een overvolle korf aantrekkelijke verhalen op. Kan het nog mooier dan in de bundel 'De mensen hiernaast' waarin het sterke geslacht het moet ontgelden?

Afgezien van heel wat lange verhalen die uitmunten door een intelligente en vaak badinerende vorm en stijl, weet deze verzameling vooral te overtuigen door een kleurrijke variëteit aan verhalen. Hugo Claus blijft een literair fenomeen die ook nu nog met 'Alle verhalen' de meest kritische lezer moeiteloos voor zich weet te winnen.