Hodge & Taylor, 'De grote Kunstencyclopedie voor kinderen'

Boeiend, maar niet geheel evenwichtig

Susie Hodge en David Taylor beperken zich in deze lijvige encyclopedie tot drie domeinen: schilderkunst, beeldhouwkunst en fotografie. Het is een opvallende keuze om kunstuitingen als architectuur, muziek, mode, film, theater of dans buiten beschouwing te laten, temeer omdat deze selectie nergens gemotiveerd wordt.

Hodge begint haar overzicht van de schilderkunst met een toelichting van enkele bouwstenen, zoals onderwerp en compositie, perspectief en kleur. Vervolgens biedt ze een chronologisch overzicht, vanaf prehistorische kunst tot Popart en hedendaagse kunst. Aangezien Hodge de chronologie respecteert en niet thematisch te werk gaat, zoals momenteel vanuit pedagogisch-didactische hoek aangemoedigd wordt, kan ze ruimschoots aandacht besteden aan markante evoluties in de schilderkunst, bijvoorbeeld door gebruik van nieuwe materialen of ontdekkingen van innovatieve technieken.

Tevens toont de auteur overtuigend aan dat kunst ook een ‘product’ van de maatschappij is of er net kritisch tegenover staat. Nadeel is dat overeenkomsten en verschillen tussen tijdvakken niet altijd belicht worden. Vanuit een grondige research analyseert Hodge de beïnvloeding van schilderkunst door religie en mythologie, en belicht ze enkele thematische aspecten, zoals romantische taferelen, scènes uit het dagelijks leven, landschapsschilderijen en portretten. Schilderkunst wordt verruimd tot fresco’s en mozaïeken, iconografie en manuscripten. De chronologie wordt meermaals onderbroken voor boeiende uitstapjes richting Aziatische kunst, vroeg islamitische kunstwerken en Japanse prenten.

Heel wat klassiek geworden kunstwerken passeren de revue, ruimschoots gestoffeerd met heldere kleurenfoto’s. Delen van schilderijen worden vergroot, wat toelaat om relevante details te belichten. Onder de noemer ‘Beter bekeken’ krijgen schilderijen als ‘La primavera’, ‘De school van Athene’ en ‘De sterrennacht’ meer aandacht. Datzelfde geldt voor internationaal vermaarde kunstenaars, zoals Da Vinci, Jan van Eyck, Caravaggio, Rembrandt en Picasso.

Schilderkunst krijgt ronduit de meeste aandacht; meer dan 160 pagina’s van deze 200 bladzijden tellende encyclopedie worden eraan gewijd. Daardoor blijft weinig ruimte voor beeldhouwkunst en fotografie, toch een gemis. Hodge belicht de essentie van enkele evoluties in de beeldhouwkunst; moderne tendensen worden bijna volledig buiten beschouwing gelaten. David Taylor volstaat in zijn bijdrage over fotografie met enkele hoogtepunten, voorzien van technische uitleg.

In de Nederlandse vertaling worden weinig concessies gedaan aan de doelgroep: ronkende volzinnen met complexe opbouw en soms wat droge wetenschappelijke informatie lijken een geïnteresseerd publiek te vragen. Daar staat wel tegenover dat jongeren, zeker wat schilderkunst betreft, een gedegen uitgewerkt overzicht krijgen, waardoor deze fraai gestileerde encyclopedie met verve een louter inleidend niveau overstijgt.

Wat schilderkunst betreft, biedt ‘De grote Kunstencyclopedie voor kinderen’ veel meer dan een eerste kennismaking met kunst. Het chronologisch overzicht met sterk uitgewerkte lemma’s en ruime aandacht voor meesterwerken en beroemde schilders bewijst meermaals dat een bevlogen auteur aan het woord is, die haar doelgroep serieus neemt. Grootste euvel vormt het snel afhaspelen van beeldhouwkunst en fotografie, waardoor de encyclopedie als geheel vooral onevenwichtig overkomt. Waarom niet aan elk genre een boekdeel wijden? Beide auteurs bezitten alvast de nodige expertise en gedrevenheid.

Details Non-fictie
Auteur: Susie Hodge
Auteur: David Taylor
Uitgeverij: Lannoo
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
208