Herman Brusselmans, 'Zo dom als Albert Einstein'

Lezen met een glimlach

Het is na al die jaren alom bekend: waarover Herman Brusselmans (1957) ook schrijft, hij komt telkens weer met literaire kwaliteit aanzetten. Een mix van humor en ernst, extra aantrekkelijk gemaakt door er tussendoor enkele autobiografische gegevens aan toe te voegen. Een literaire format waarop ook 'Zo dom als Albert Einstein', zijn nieuwe roman is gebaseerd.

Ditmaal voert hij Filip en Joost, respectievelijk werkzaam in een reisbureau en een antiekwinkeltje, op. Twee authentieke pipo's verbonden aan De Doos Van Tante Flora, een amateurgezelschap dat Het libido van de slappe lul op de affiche heeft staan. In plaats van zich met volle overgave op hun rol te storten hebben beiden maar één doel voor ogen: zo vlug mogelijk medespeelster Julie Van Verdeghem in bed krijgen. Een rechttoe rechtaan gegeven dat Brusselmans, handig als hij is, in een ruimer kader plaatst. Net als de regisseur van een toneelstuk houdt hij de touwtjes van alles wat te gebeuren staat stevig in handen. Zo introduceert hij op het juiste moment het echtpaar Robert en Thea Sonneville, al was het maar om te illustreren hoe stevig zijn grip op zijn personages is en welke spelletjes hij zich met hen kan veroorloven. Fragmenten die je met een lach op de lippen leest.

Een kunstgreep waarvan de schrijver weer handig gebruik maakt, is zichzelf in het hele verhaal wrikken.

'De regisseur, Sven Ferryn, wipte van z'n barkruk, stak mij z'n hand toe, en zei: ' Welkom, meneer Brusselmans, welkom, welkom.' Ik schudde tegen m'n zin de hand van die op het eerste gezicht onhygiënische persoon', en ik zei: 'Een kopje koffie zou er wel in willen.'

Je voelt met je ellebogen dat de komst van de fel aanbeden Herman Brusselmans het hele repetitieproces van Het libido van de slappe lul overhoop haalt. Het gevolg laat zich raden: lachwekkende situaties, met als klap op de vuurpijl Julie Van Verdeghem die als een blok valt voor de schrijver. Een momentum dat hij aangrijpt om zijn liefde voor Dolly terloops te duiden:

'De relatie met Dolly is geëvolueerd van stormachtig en onzeker naar stabiel en stormachtig op de juiste momenten.'

'Zo dom als Albert Einstein' is een zoveelste roman uit het gouden pennetje van Brusselmans die in een niet aflatend ritme alsmaar aantrekkelijker schrijft, maar tot pret van de lezer niet nalaat op de meest onverwachte momenten uit te halen naar literaire collega's die door critici op het schild worden geheven. Rest nog de vraag wanneer het zogenaamd literaire cenakel eindelijk zijn talent met een belangrijke literaire onderscheiding zal erkennen?