Herman Brusselmans, 'Achter een struik'

Dwarse filosofie

Met 'Achter een struik', inmiddels zijn achtenzeventigste roman, blijft Herman Brusselmans trouw aan zijn vertrouwd en succesvol recept: fictie schrijven en die op een al dan niet een humoristische wijze becommentariëren. De lezer aan het lachen brengen, hem op het verkeerde been zetten - al was het maar om hem de sores van de dag te doen vergeten. Daar gaat het bij Brusselmans om. Het verhaal doet er minder toe. Het ludieke van 'Achter een struik' merk je al bij de uitschuifbare cover met een in het vizier genomen konijn. 

Nog voor je een letter hebt gelezen weet je het al. Dit wordt alweer dolle pret, voor 'de intellectuele lezer' als toemaatje in een filosofische context gedrenkt. Van zodra Brusselmans vermeldt dat hij de legendarische professor Leo Apostel nog persoonlijk heeft gekend, kun je voorspellen wat je te wachten staat.

'Op het mondelinge examen vroeg hij mij: 'Waar staat de x voor in de uitdrukking Zoals Het Klokje x Tikt Het Nergens? Ik antwoordde: 'De x staat voor Thuis professor.' Daar moest hij toch wel even over nadenken, en op den duur gaf hij me achttien op twintig. Dat jaar studeerde ik af als filosoof.' Om vervolgens te constateren dat witte filosofen niets meer voorstellen. De toekomst van de filosofie ligt volgens de auteur in handen van zwarte filosofen, met name N'Konko Zundi, een Ghanees. Hij komt naar een filosofisch congres in Gent, waar de schrijver - intussen weer vrijgezel - hem wil ontmoeten al was het maar om met hem samen naar de hoeren te gaan.'

Hilarisch is de passage waarin N'Konko Zundi in zijn thuisland wordt opgevoerd, waarna het hek helemaal van de dam is als de schrijver zich als filosoof profileert.

'We kennen hem allemaal sinds decennia als schrijver van fictief proza, maar de laatste jaren heeft hij ook ophef gemaakt als filosoof, getuige hiervan z'n inmiddels beruchte wijsgerige trilogie, bestaande uit 'De overstroming en de reddende dweil', 'Het eigen leven van de pisseloe', en 'Vergissingen van oudsher.'

Om de nodige spanning in het hele verhaal te houden tovert Brusselmans de inspecteurs van politie Roddy Acht en Vincent Baamdijk uit zijn hoge hoed. Beiden moeten onder leiding van hun chef Varrasco een moord oplossen. Een met verve beschreven zaak die eindigt in de rechtszaal, waar de meest gekke taferelen voortdurend op de lachspieren van de lezer werken.

Herman Brusselmans als filosoof? Vergeet het. Naar het einde toe wordt alles duidelijk als hij zich met zijn geliefde Dolly achter een struik verschuilt en bekent dat hij de letteren nooit verlaten heeft.

'Zonder de sterfelijke woorden kan ik niet. Laat ze komen, ik zet ze wel simpelweg in een rij die nooit storend de stilte zal verbreken.'

'Achter een struik' is meer dan goedkoop literair amusement. Brusselmans waagt het dit keer, op zijn typische manier, de impact van de filosofie op het hedendaagse denken op een kritische manier tegen het licht te houden. Een gewaagde, maar geslaagde onderneming.