Henk van Straten, 'We zeggen hier niet halfbroer'

Het liegende geheugen

In Todd Solondz' film 'Storytelling' wordt een studente bezocht door haar professor literatuur. Ze bedrijven twijfelachtige seks, waarna de studente haar ervaringen aan het papier toevertrouwt. Wanneer ze de volgende dag haar verhaal voorleest aan haar medestudenten, wordt haar pennenvrucht lauw onthaald. Ten einde raad zet ze het op een jammeren: 'En wat als dit nu echt is gebeurd?'. Waarop de professor onbewogen antwoordt: 'Je weet toch wanneer je iets neerschrijft, het automatisch fictie wordt'.

Op bladzijde 38 schrijft van Straten over de ritjes op de motor van zijn broer. Hij gebruikt een dop van een viltstift als sigaret en hij maakt de kinderen in de buurt wijs dat hij 'een kinderagent was die op plaatsen kwam die voor volwassen agenten niet toegankelijk waren'. Het soort praatjes dat je jezelf als kind wijsmaakt. Vreemd genoeg geloof je op dat moment rotsvast in die fantasieën. 

'Ik fabriceer een werkelijkheid en ga eronder gebukt omdat ik denk dat die echt is.', lees je een tiental bladzijden verder. De achterkaft trompettert dat dit het verhaal is van een jeugd in de jaren tachtig. Maar wat is echt? Wat is verdichting? En doet dat er toe? Het valt op dat van Straten vaak refereert aan televisiereeksen. Wanneer hij 'The Wonder Years' opnieuw bekijkt levert dat deze zin op: 'Ik zag Winnie en voelde de verliefdheid weer, en het geloof dat ik had in de liefde. Maar, tegelijkertijd, misschien ook het verlies van dat geloof'. Hij schreef ooit een essay met de titel 'Mijn vader, Tony Soprano' waarin hij zijn liefde beleed voor de maffiabaas. Zijn eigen vader leek hem te weinig daadkrachtig. 

In dit boek wordt een identiteit bij elkaar geboetseerd. Er worden concerten bezocht van de hardcore groep Madball, daarna wordt er hevig gekoketteerd met Tupac Shakur om uiteindelijk muzikaal te belanden bij de gabberscene:

'Toen ik op de gabbergolf surfte was die eigenlijk al over het hoogtepunt heen. De massa had het ontdekt. Het werd te groot, te commercieel.'

Een kerel met kapsones, denk je bij zo'n passage. Want de hele Thunderdomescene werd natuurlijk in elkaar geknutseld door evenementenbureau ID&T. Niet meteen mensen die vies zijn van een massa.

Maar het is typisch voor de toon van 'Wij zeggen hier niet halfbroer': vaak wordt er met onwrikbare stelligheid zaken geponeerd die nergens op slaan. Hij voelt zich een 'onbegrepen rock-'n-roll ster' en roemt zijn 'grote' bewustzijn. Maar net omdat hij zich nergens excuseert richting lezer, werkt het. Vrij naar Gerard Reve: hij liegt de waarheid.

'Axl Rose nadoen voelde hetzelfde als toen ik met een speelgoedpistool pretendeerde een geheim agent te zijn ... Het opgaan in fantasie, toen, is niet hetzelfde is als het opgaan in het schrijven van nu. Mijn behoefte te schrijven komt voort uit een visioen.'

Iedereen heeft recht op inconsequenties. Voor wie houdt van een losgeslagen verteller die tegelijkertijd pretendeert een rouwdouwer en gevoelige jongen te zijn, kan hier de evenknie vinden van die jongen op de speelplaats die telkens opnieuw kwam aandraven met een sterk verhaal. 'Moet je nu eens weten wat me overkwam', het blijft een geweldige openingszin.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
240