Geert De Weyer, Loslopend wild. De nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs

Striptekenaars in boekvorm

'Loslopend wild' is een verzameling van veertien interviews met veertien Vlaamse stripauteurs. De samensteller en interviewer van dienst is Geert De Weyer, een man die bekend staat als de eerste stripjournalist van België en die boeken maakt met veelzeggende titels als '100 stripklassiekers die niet in je boekenkast mogen ontbreken' en 'België gestript. Alles over de Belgische strip'. Het is duidelijk waar hij naartoe wil: bekendheid voor en erkenning van de (Belgische) strip. Een nobel doel, als je het ons vraagt.

In 'Loslopend wild' trekt hij het Vlaamse land in om - zoals de ondertitel ons meldt – ‘de nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs’ aan het woord te laten. Voorafgaand aan de interviews maakt De Weyer een korte maar grondige analyse van het huidige striplandschap. Wie zijn ze, wat doen ze en waarom doen ze het? De Weyer slaagt erin om deze vragen met veel inzicht te beantwoorden. Hij maakt ook meteen duidelijk dat de veertien uitverkoren stripmakers niet gezien moeten worden als de beste. De keuze werd enkel uit praktische overwegingen gemaakt. Dat blijkt ook uit de dvd die bij dit boek zit. In deze leuke documentaire komen immers meer dan veertien mensen aan het woord. Toch lijken de hoofdfiguren uit de film grotendeels dezelfde te zijn als die uit het boek.

Ondanks deze gedwongen selectie is het een mooie keuze geworden. Eentje die het midden houdt tussen bekendere namen (zoals Ilah van de reeks 'Cordelia'), stripmakers die door recente publicaties meer bekendheid hebben gekregen (Conz van 'De tweede kus', Brecht Evens van 'Ergens waar je niet wil zijn', Randall C. van 'Slaapkoppen') als onterecht nog minder bekende auteurs (Jeroen Janssen van 'De grote toveraar'). 

De Weyer slaagt erin om in zijn interviews losjes te laten verlopen. De stripauteurs lijken zich op hun gemak te voelen en spreken voluit over hun vak. Waar ze hun inspiratie vinden, hoe het ooit begon, wie hun voorbeelden zijn en welke problemen ze al ondervonden. Opvallend is het enthousiasme waarmee ze spreken. Hun creaties liggen duidelijk in het verlengde van hun eigen leven. Hun obsessies, interesses en levensopvattingen komen al dan niet letterlijk in hun strips terecht. Praten over hun strips is dus ook praten over zichzelf. De interviews worden geïllustreerd door prenten en tekeningen uit de oorspronkelijke verhalen. Hoewel dit met veel stijl gedaan is – het boek is prachtig vormgegeven – blijf je op dit gebied toch wat op je honger zitten. Het is natuurlijk niet de bedoeling om grote delen strip in dit boek af te drukken, het gaat immers om de interviews. Maar toch.

Misschien dat de grootste verdienste van dit boek ook haar grootste nadeel is. Je leest de interviews, leert de auteurs kennen en raakt benieuwd naar wat ze maken. Want al bij al is het toch dat waar het om draait: de strips. Bovendien is gebleken dat je de auteurs evenzeer doorheen hun creaties kan leren kennen.  Waarom zou je dit boek dan kopen? Als doorheen de interviews dan ook nog eens blijkt hoe moeilijk een stripauteur financieel kan overleven, wel… Dan begin je je toch schuldig te voelen. Het is daarom aan te raden om dit boek gewoon in de bibliotheek uit te lenen. Lees het, laat je inspireren maar loop nadien naar de boekhandel om een strip naar keuze te kopen. Dit klinkt misschien hard en het geeft Geert De Weyer geen beloning voor zijn mooie werk. Maar tja, het is zijn eigen schuld. Dan had hij maar geen reclame moeten maken voor deze boeiende generatie Vlaamse stripauteurs.

Details Non-fictie
Auteur: Geert De Weyer
Copyright afbeeldingen: Oogachtend
Uitgever: Oogachtend
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
192