Geert De Weyer, 'België gestript'

Rare jonges, die Belgische stripmakers

Dat er één 'Bessy'-strip per week werd gemaakt. Eén! Per week! Dat een koe ooit deel uitmaakte van de redactie van het stripblad 'Robbedoes'. Dat Jef Nys verrassend nuchter omging met 'Pommeke' – de pornoparodie. Hoe Lucky Luke ooit het gezicht van Pepsi-cola was en Suske en Wiske schaamteloos reclame maakten voor sigaren.

Een mens leert al eens iets bij. 'België gestript', hét boek over de Belgische stripgeschiedenis, legt het je uit, toont het, sleept je mee.

Feiten dus – anekdotes die leuk zijn om na te vertellen. Leuk, maar niet genoeg. Geert De Weyer zou geen goede stripjournalist zijn mocht hij niet dieper graven. Hij zoekt naar verbanden en structuren. Naar dat wat van België een uniek stripland maakt.

De focus ligt daarbij op – hoe kan het ook anders – de scheiding tussen Wallonië en Vlaanderen. Twee regio's voor één land, twee stripculturen die schijnbaar volledig los van elkaar evolueerden. De Weyer plaats voor het eerst in een dergelijk overzichtswerk, de twee landsdelen tegenover elkaar. Hij toont hoe de Franstaligen amper interesse hadden voor hun Vlaamse lotsgenoten. Hoe ze een doorbraak van de Vlaamse strip in Frankrijk in de weg stonden. Doch, De Weyer plaats ook vraagtekens bij de Vlamingen. Waarom probeerden ze niet harder? Waarom is de Vlaamse klei heilig? Waarom neemt een Vlaming genoegen met de kerktoren en gelijkgezinde – Nederlandstalige – geesten?

Het klinkt, zo omschreven, als een manifest. Een bijna communautaire kwestie, maar dat is het allerminst. De Weyer observeert. Objectief. Hij schrijft geen theorieën, maar laat de auteurs zelf aan het woord. Citeert uit oude interviews en anekdotes. De lezer leest en interpreteert. Ontdekt zelf waar het allemaal mis liep. Of beter: waar het allemaal zo uniek werd.

Het is opmerkelijk hoe vlot dit boek leest. Een geschiedkundig werk is al te vaak een opsomming van feiten. Hier niet. De Weyer brengt een heerlijke mix van anekdotiek en analyse, onderscheidt bij- van hoofdzaak. Hij beseft dat lezen niet met leren verward mag worden.

Ok, de laatste honderdvijtig pagina's van dit 350 pagina's dikke boek, zijn andere koek. Daar brengt De Weyer een globaal strip-overzicht aan de hand van een genre-opdeling. Deze hoofstukken haperen wat – omdat er zoveel titels in geciteerd worden. Geen nood. Na 200 pagina's ontzettend boeiende historiek, mag je je tijd nemen. De genres neem je best met mate. Een hoofdstuk wanneer het je uitkomt. Een unieke gids voor mensen die niet weten waar te beginnen. Geschreven met inzicht, volledigheid en ook hier: die vlotte pen.

Of er iets niet in dit boek staat? Wel: een persoonlijke mening. Geert De Weyer vertelt je niet wat je moet lezen. Zijn oordeel over de strips ontbreekt. Op zich vonden we dat bij momenten frustrerend. Als ware we een kind dat alleen achtergelaten werd op een kruispunt van honderd wegen. Maar zo hoort het. Nergens vermeldt De Weyer het genie van Vandersteen of de kleinburgelijkheid van 'Jommeke' – mochten die dingen al bestaan. De lezer moet zelf oordelen.

Een genot dus, dit boek. Ook voor de niet-strip-fanaat. Al was het maar door de prachtige illustraties. De talloze originele afbeeldingen, perfect op het blad gezet. Alles wat je door de tekst wil zien, wordt getoond.

'België gestript' wil een ultiem overzicht zijn van de Belgische stripcultuur en is niets minder. Volledig, subtiel en bovenal verrasend – of wist jij dat de eerste Belgische strip-borst een Vlaamse was?

Details Non-fictie
Auteur: Geert De Weyer
Uitgeverij: Dragonetti
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
352