Fernando Pessoa, ‘Een spoor van mezelf – een keuze uit de orthonieme gedichten’

Maker zonder masker

Wat blijft er van een dichter over? Fernando Pessoa, postuum uitgegroeid tot boegbeeld van de Portugese poëzie, vroeg het zich al lang voor zijn dood af. Na zijn overlijden vond men in zijn nalatenschap de befaamde arca terug – een kist met honderden vellen papier, sommige met voltooide gedichten, andere met de aanzet tot een idee dat nooit werd ontwikkeld. Hoog tijd om die schatkist voor een Nederlandstalig publiek te openen, moet vertaler en Pessoa-kenner Harrie Lemmens gedacht hebben. Uit vooralsnog niet in onze taal gepubliceerd werk, dat de auteur niet onder een van zijn pseudoniemen schreef, dist Lemmens een resem prachtige gedichten op. Na de verzamelde werken van Ricardo Reis, Alberto Caeiro en Álvaro de Campos komt De Arbeiderspers nu dus op de proppen met een onmisbare aanvulling op wat liefhebbers van Pessoa’s van weemoed doortrokken stijl al hebben verorberd.

Aan het ontsluiten van ongepubliceerd werk is steeds een wat wrange nasmaak verbonden: zou de auteur bij leven een uitgave geautoriseerd hebben? Geen mens kan daar een sluitend antwoord op formuleren, maar Lemmens heeft daar wat op gevonden. Door het nagelaten oeuvre in chronologische volgorde te doorploegen, wordt ‘Een spoor van mezelf’ een trip doorheen Pessoa’s groei als kunstenaar. Zo ervaart de lezer een stilistische verschuiving van eerder zoekend over experimenteel naar meer uitgepuurd, waarbij abstracte thema’s zoals de existentie, de roes (een toestand tussen zijn en niet-zijn) en het verlangen stelselmatig terugkeren. Het boek trekt dus inderdaad een spoor: niet zozeer concreet biografisch, als wel in de geest van de kunstenaar, wiens polymorfe ontboezemingen zijn essentie verraden – een kwetsbare ziel die continu aan zichzelf en zijn denken twijfelde, en zodoende pseudo-karakters fingeerde om zijn meervoudige identiteit te cultiveren.

Wat uitgaves van de integrale gedichten van Pessoa’s heteroniemen nooit kunnen doen, doet deze uitgave wel: een blik gunnen voorbij de artistieke façades, achter de maskers waar de auteur zo graag gebruik van maakte. Niet dat alle poëzie uit deze bundeling autobiografisch is, maar ze openbaart wel een woekerende onrust en een nietsontziend zelfonderzoek van waaruit Reis, Caeiro en de Campos geboren zouden worden. Toch is ‘Een spoor van mezelf’ geen intellectuele queeste naar de bakermat van Pessoa’s latere noms de plume voor specifieke probeersels met inhoud, vorm en ritme. Lemmens heeft immers de meest kwalitatieve bijdrages geselecteerd, met name diegene die onmiddellijk aanspreken omwille van hun zeggingskracht. Deze tweetalige uitgave – typografisch conform de eerdere Pessoa-uitgaves bij dezelfde uitgeverij – heeft met andere woorden geen annotaties nodig om geapprecieerd te kunnen worden, en ook los van een eventuele vergelijking tussen Pessoa’s eigen schrijfsels en die van zijn heteroniemen is deze editie het lezen meer dan waard.

De miezerige teneur van ‘Schuine regen’, de indringende pelgrimage die ‘Kruisweg’ is, de smart die door ‘Abdicatie’ sluimert, de gevoelseruptie ‘Un soir à Lima’: het zijn de cycli en de langere gedichten die als grootste revelaties uit ‘Een spoor van mezelf’ opstijgen. Onderweg laat Lemmens echter zien dat Pessoa ook een kind was van zijn tijd, begaan met de socio-maatschappelijke context en met Portugese folklore. ‘Een keuze uit de orthonieme gedichten’ is kortom geen commerciële melkkoe voor Pessoa-adepten, wel integendeel: het is een noodzakelijke toevoeging aan een zonder meer indrukwekkend oeuvre.

Details Poëzie
Maker zonder masker
Samengesteld, vertaald en van een nawoord voorzien door: Harrie Lemmens
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Aantal pagina's:
294