Eva Meijer, 'Dagpauwoog'

Van dieren en mensen

In ‘Dagpauwoog’ schetst Eva Meijer de verandering van een vrouw met idealen in een militante dierenactiviste. Ze verkent de ethische verwarring die deze transformatie zaait. Een roman over fundamentele keuzes, maar ook over de wispelturige liefde en ons niet onbeperkte incasseringsvermogen. Hoeveel verlies kunnen we hebben?

Zoals het op de achterflap staat, dat ‘Dagpauwoog’ een verhaal is over ‘mensen en andere dieren’, zo is het ook gebeiteld in het brein van Iris, de kunstzinnige protagoniste die bekomt van een relatiebreuk: dieren delen met mensen eenzelfde soortelijk gewicht. Je moet het Meijer nageven dat ze de onbezoedelde dierenliefde van Iris al na enkele zinnen weet over te brengen. Iris stapt een huis binnen – het huis dat haar toevluchtsoord zal worden, samen met Pol en de makelaar. In haar enthousiasme loopt Pol ogenblikkelijk naar de achterdeur, de blik gericht op de tuin waar zoveel verstrooiing op haar ligt te wachten.

Pas na een handvol seconden begint het te dagen dat Pol Iris’ hond is, die niet kan weerstaan aan de drang de buitenlucht te inhaleren. Meijer zet de lezer van meetaf aan op het juiste spoor: het is Iris menens met Pol de poedel. Op deze geinige alliteratie na onthult het boek, dat het etiket van een tragikomisch avontuur draagt, weinig blijdschap. Ook aan de introductie van Marcel, een sleutelfiguur in Iris' ontwikkeling, gaat geen lange studieronde vooraf. Na enkele bladzijden glijdt hij Iris' leven binnen, als hij Pol redt van de verdrinkingsdood. Het altruïsme van haar toekomstige buurman vat de kern van het pact dat ze met elkaar zullen sluiten. Schoorvoetend geeft ze zich over aan een rabiaat fanatisme waarvan hij ontegenzeggelijk een extreme exponent is.

Meijer schrijft helder proza, zonder franjes of details. Op zijn handen na, geeft ze geen enkele beschrijving van Marcels uiterlijk. Het verhaal dendert met een rotvaart vooruit, alsof schrijven een kwestie van snelheid is. Maar vergis je niet, de ontluisterende schoonheid van dit boek gaat schuil in de subtiele proporties waarmee Meijer hét thema van de roman ontrafelt: de eenzaamheid die de mens zo moeilijk valt.

De reden van Iris' verhuis uit Amsterdam is Berend, die haar in de kou liet staan voor een onderzoek naar gouden leeuwaapjes in een Braziliaans woud. Haar vluchtroute is Marcel, en zijn onvoorwaardelijke strijd voor een betere bejegening van dieren. “Lijden is lijden, in welk lichaam het dan ook verpakt is.” Iris bouwt al een poos aan zijn veganistische website als hij haar op de hoogte brengt van de bompakketjes die hij in de brievenbus van slagers deponeert. Het is de inleiding van hun gezamenlijke ondergang.

Dat het fout zal gaan lijkt onvermijdelijk. Iris, die het verlies opstapelt, verzandt in een existentiële crisis. “Ik bewoog zo langzaam omdat ik zwaar geworden was, alsof ik een jas droeg van zand, alsof de zwaartekracht te hard stond.” De ogenschijnlijk eenvoudige taal die Meijer tot dan toe bezigde, staat in schril contrast met de poëtische uithalen in het slot.

De beklemmende afwikkeling van het verhaal dwingt tot reflectie, over de zoektocht naar zingeving die ons leven waardevol maakt, over verlies – van mens of dier, dat onoverkomelijk lijkt en ons de adem afsnijdt. Meijer laat zien dat idealisme de triomf is van de menselijke veerkracht, in een verhaal dat tegelijk lichtvoetig én melancholisch is, dat thema's als liefde en verlies vlekkeloos laat rijmen. Een niet onaardige verdienste voor een jonge auteur.

Details Fictie
Auteur: Eva Meijer
Uitgeverij: Cossee
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
254