Eugen Ruge, 'In tijden van afnemend licht'

Er is niets of het is eindig

De familiegeschiedenis van Eugen Ruge is bijzonder: het socialisme, gedicteerd door de toenmalige Sovjet-Unie, bepaalde de tred van vier opeenvolgende generaties in het Duitsland van voor de Wende. 'In tijden van afnemend licht', het debuut van de Duitse toneelauteur en -regisseur, waarin hij die historie tegen het strijklicht houdt, teert niet uitsluitend op ostalgische sentimenten. Ruge beent de zonder uitzondering moeizaam verlopende relaties tussen de personages uit, tegen een decor dat de signatuur draagt van het systeem.

Het relaas begint in 2001, als Alexander Berlijn achter zich laat om zijn vader Kurt, vroeger een welbespraakte historicus van wie de woordenschat is herleid tot één woord, 'ja', de nodige zorgen te geven. Licht uitgedrukt is dat niet van harte, Alexander slijt de maanden die hem nog resten (de diagnose van de batterij dokters die hij raadpleegde is hard maar eerlijk: 'niet operabel') liever niet in het ouderlijke setting van Neuendorf. Hij struint door het huis en belandt met zijn gedachten bij zijn ouders en grootouders.

Ruge beschrijft nuchter en in een heldere stijl hoe de personages (waarvan op het einde van het boek een overzicht is opgenomen) omgaan met de kleine en grote tragedies uit hun leven. Dat zijn er nogal wat: Irina, de moeder van Alexander, was een vluchtelinge in Rusland; samen met haar moeder, Nadjezjda Ivanovna, vond ze slechts rust in een uithoek van het land. Kurt, nadat een onschuldige passage in een brief aan zijn broer Werner gelezen werd als anti-Sovjetpropaganda, kwijnde jarenlang weg in een goelag. De levensloop van Kurts ouders, Wilhelm en Charlotte, ligt evenmin voor de hand: uit schrik voor het nazi-bewind zochten en vonden zij, als apparatsjiks van het eerste uur, asiel in Mexico. De auteur toont aan dat zij allen hun eigen mechanismen ontwikkelden om met dat bezwaarde verleden om te gaan. De ambiguïteit is navenant: de opluchting dat die verschrikkingen, die Ruge amper beschrijft, achter hen liggen is van voorbijgaande aard, de melancholie weegt op hen.

Het verhaalperspectief is tweezijdig: in ieder hoofdstuk, verwijzend naar een jaartal dat op en neer gaat tussen het verre en meer recente verleden, weergalmt de echo van telkens een ander personage. Ruge voelt zijn personages bijzonder goed aan; fraai vat hij hun uiteenlopende registers. Dat komt het best tot uiting in '1 oktober 1989', een tijdstip dat het onderwerp vormt van zes hoofdstukken. Op die dag, akelig dichtbij de val van de Muur, vierde Wilhelm zijn negentigste verjaardag, samen met de familie en enkele 'kameraden'. Trefzeker laat Ruge het onbegrip tussen de familieleden zien, het onvermogen om hun eigen interpretatie enigszins te laten rijmen met die van de ander.

De verdienste van Ruge is niet min: bekwaam plaatst hij het individu, gebukt onder het verleden, in een samenleving die evenmin het vooropgestelde kon volbrengen. 'In tijden van afnemend licht' baadt in een sfeer van moedeloosheid. Er is niets of het is eindig. De slotregels bieden ademruimte, als Alexander, op een godvergeten plek, ertoe komt, nagenoeg als enige in de roman, voorzichtig een plan voor de toekomst uit te tekenen dat geen uitstaans heeft met eender welke herinnering.

Details Fictie
Originele titel:
'In Zeiten des abnehmenden Lichts'
Auteur: Eugen Ruge
Uitgeverij: De Geus
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
387