Erwin Mortier, Avonden op het Landgoed Op reis met Gerard Reve

Waanzin in de Provence

Het moet niet altijd de bende van Wim zijn, moet Erwin Mortier gedacht hebben toen hij ‘Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve’ schreef. Dit keer geen jongens op motors, maar wel heren van stand op een landgoed. Of flikkers in de Provence, het is maar hoe je het bekijkt. In ‘Avonden op het landgoed’ beschrijft Erwin Mortier hoe Gerard Reve hem en zijn vriend Lieven Vandenhaute uitnodigt op het beroemde Geheime Landgoed. Het begint allemaal heel vrolijk. Gerard Reve is erudiet en grappig en lijkt de ideale gastheer. “We gaan gelukkige dagen tegemoet,” bromt de schrijver. Maar in de wereld van Reve is niets wat het lijkt. Reve ís erudiet en grappig, maar hij is ook irritant en opdringerig. En vulgair en obsceen, en hij stinkt.
Al gauw wordt duidelijk dat Reve een wrak is. Hij valt omver van zattigheid en praat over zijn eigen stront. De koning van de Nederlandse letteren is diep gevallen. De twee jongens weten niet goed wat ze ermee aan moeten. Zo goed en zo kwaad als het kan proberen ze zich staande te houden onder het verbaal geweld van hun uitzinnige gastheer. Uiteindelijk vluchten ze weg van het landgoed. Ze gaan er een weekendje op uit, terwijl Reve alleen achterblijft met zijn demonen.
Het beeld dat Erwin Mortier schept van Gerard Reve is heel dubbel. Met veel liefde toont Mortier hoe de grote schrijver ten prooi valt aan de waanzin. Hij zweeft voortdurend tussen bewondering en afschuw voor de grote Reve en schrijft zijn twijfel neer in elegant proza. Op een heel eerlijke manier toont Mortier zijn dilemma: Reve is een genie, maar het is ook een irritante klootzak. Genialiteit en waanzin liggen dicht bij elkaar.
Vooral voor wie van Reve houdt is dit een interessant boek. Reve wordt vaak gezien als de meester van de ironie, maar na het lezen van dit boek ga je je afvragen wat daar eigenlijk achter schuilging, en of het allemaal wel zo ironisch bedoeld was. Ook in het echte leven is Gerard Reve namelijk een karikatuur van zichzelf: op het ene moment onweerstaanbaar grappig en op het andere totaal wanhopig. Toch oppert Mortier het idee dat dit een gecontroleerde chaos is. Reve wil het zo. Hij leeft in de fictie, en ademt zijn eigen literatuur.
Eén ding is zeker: dit is een sterk boek. Wie een roman met een intrigerende plot wil, is eraan voor de moeite, maar net doordat er eigenlijk geen echte plot is, komt de stijl van Mortier heel sterk naar voren. Hij schrijft sober en krachtig en refereert laconiek aan de stijl van Reve. Het is jammer dat de koning zelf dit nooit zal kunnen lezen. “Het waren gelukkige dagen,” zou hij vast hebben opgemerkt.

Details Fictie
Auteur: Erwin Mortier
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar:
2007
Aantal pagina's:
125