Erik Vlaminck, 'Miranda van Frituur Miranda'

Verhaal van een foorwijf

De botsauto’s, smoutebollen, het schiettkraam...als kind gingen wij over lijken voor een zaterdagnamiddag op de kermis. Die liefde is ondertussen bekoeld, maar telkens we Erik Vlaminck lezen, raken we toch weer gefascineerd door de plezierige lichtjes en de amper verborgen droefgeestigheid van de foor. Met zijn jongste novelle, ‘Miranda van Frituur Miranda’ grijpt de Borgerhoutenaar ons alweer bij de kladden.   

Wars van alle kunstzinnige modes schrijft Erik Vlaminck al meer dan dertig jaar over gewone mensen. Daarmee bewijst hij telkens opnieuw dat een gezonde dosis sociaal engagement de literaire kwaliteit niet in de weg hoeft te staan. Nogal wat van zijn verhalen hebben de kermis als decor. Zo bezorgde hij  theatergezelschap Tutti Fratelli met ‘Diep in mijn hart’  een mooie tekst waarin forains de hoofdrol spelen. Zijn bekendste werk met dit thema is echter ‘Suikerspin’ uit 2008. Toen theatergroep Laika die roman een tijdje geleden naar het podium transformeerde, merkte Vlaminck dat één van zijn nevenpersonages veel te weinig aan bod kwam. Met ‘Miranda van Frituur Miranda’ kreeg ze haar eigen spin-off.

In ‘Suikerspin’ was Miranda de vrouw van hoofdrolspeler Arthur Van Hooylandt, maar ondertussen is ze al lang van hem weg. Op een dag hoort ze dat de beste vriend van Arthur,  Modest Vereycken, gestorven is. "Hij is in elkaar gezakt op het asfalt van de parking van de Aldi. Morsdood. In zijn ene hand had hij een karton bierblikjes. En in zijn andere hand een pak hondenbrokken. Met rundsvlees en groenten, voor een glanzende vacht." Het nieuws grijpt haar enorm aan. Miranda had immers jarenlang een verhouding met Modest. 

‘Miranda van Frituur Miranda’ is een monoloog waarin Miranda verslag doet van haar affaire met Modest. Ze legt uit hoe het begon en waarom het eindigde. De pointe van dit verhaal houdt verband met de Siamese tweeling die in ‘Suikerspin’ ronddwaalt, maar toch moet je die roman niet gelezen hebben om uit deze novelle wijs te kunnen raken. De kracht van dit verhaal ligt trouwens niet in de clou, die nogal vergezocht en ongeloofwaardig is.

Toch is dit een erg lezenswaardig boekje al was het maar door de heerlijke vertelstem. Miranda is een prachtig personage.  Ze is plat als een echt foorwijf, maar vooral ook goudeerlijk, zeker als ze het over haar zoon Tony heeft. "Ik heb niks met platte kinderen. En ook weinig met grote kinderen. Zo’n opgroeiende jonge gasten van een jaar of twaalf dertien, die altijd en overal rondlopen met een kop alsof ze bezig zijn het warm water uit te vinden; ik krijg er rillingen en vage keelpijn van", klinkt het. Vlaminck schetst een knappe vrouw, zonder haar volkse kant te romantiseren. Hij doet dat op een heldere en smeuïge manier. Zo heeft Miranda het naast "platte kinderen" over "tassen koffie", "lanterfanten" en "vuile manieren". Het mag duidelijk zijn dat Dimitri Verhulst niet het monopolie heeft op schone Vlaamse uitdrukkingen.

‘Miranda van frituur Miranda’ is eigenlijk een uit de hand gelopen kortverhaal. Op een dik uur ben je er doorheen. Maar wat zou dat? Het boek staat garant voor 87 pagina’s puur leesplezier. Bovendien prikkelt het je om bijvoorbeeld ‘Suikerspin’ eens vast te pakken. En dat is goed, want als een van de weinige echte Vlaamse volksschrijvers verdient Erik Vlaminck een heel groot publiek.

Foto: Chris Van Houts

Details Fictie
Auteur: Erik Vlaminck
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
88