Deborah Campert, 'Wij knippen de wind'

Op visite bij Deborah en Remco

Sinds ze in 2010 samen met Barbara van Kooten 'C'est la vie' - over hun jarenlange vriendschap - publiceerde, laat Deborah Campert (1938) om de zoveel jaren een boekje op de mensheid los. Na 'Dierbaar' (2015) is er nu 'Wij knippen de wind'. Een verzameling teksten over alledaagse gebeurtenissen, ontmoetingen en herinneringen die het leven aantrekkelijker maken.

Het ligt beslist niet in haar bedoeling om Remco, haar jarenlange levensgezel, naar de kroon te steken met alles wat ze in dit boekje heeft verzameld. Stukjes over wat het zwemmen met haar doet, wat haar achterkleindochter Vera overkomt of herinneringen aan haar moeder. Een zaak hebben ze gemeen: de openhartigheid waarin alles in een ongekunstelde taal wordt verteld. Oude geliefden die overleden zijn, bizarre dromen, wat ze allemaal nodig heeft om zich in bed lekker te voelen en ten slotte haar angst voor dementie. Het levert een niet geretoucheerd beeld op van we ze in werkelijkheid is. Een extraverte vrouw die in 'Niet te geloven' onthult dat ze op haar twintigste niet wist hoe ze er naakt uitzag, om te besluiten:

'Nog steeds bekijk ik mijzelf nooit naakt. In mijn werkkamer hangt een grote spiegel, maar tegen de tijd dat ik daar kom ben ik al aangekleed. Hoe ik eruitzie op mijn eenentachtigste? Geen idee!'

Uiteraard gaat de grootste aandacht van de lezer uit naar haar autobiografische notities. Hoe ze bijvoorbeeld indertijd met Sabena Airlines via New York op Schiphol arriveerde en wat het jarenlang samenleven met Remco Campert voor haar betekent. Het zijn bepaald geen sensationele verhalen maar ludieke kanttekeningen die het beeld van een auteur in zijn laatste levensfase alleen maar verscherpt. Een schrijver die met weinig tevreden is en zich geen moment verveelt al was het maar omdat hij elke dag allerlei wisselende gebeurtenissen op zich laat afkomen.

'Hoe kan ik mij vervelen? Ik denk aan van alles. Ik schrijf gedichten in mijn hoofd.'

Ontroerend zijn die fragmenten over hoe beiden, zonder overdosis kommer en kwel hun dagen doorkomen. Er zijn, ondanks de dood die voortdurend op de loer ligt, toch de vaste rituelen: samen televisiekijken, het opruimen van spullen, het strijken van servetten en vooral de dagelijkse scrabble.

Deborah Campert verwoordt het allemaal zo lichtvoetig en relativerend dat je er alleen maar vrolijk van wordt. Zoals in 'Pindakaas' waarin ze het heeft over het reserveren van een plek op dodenakker Zorgvlied, waar de opvolgster van haar contactpersoon vraagt of het urgent is.

'Ik: "Nee, nee, niets urgent. We zijn nog niet dood, dus ik bel straks terug." Telefoniste: "Gelukkig maar. En ja, mevrouw Campert, de dood hoort bij het leven, hoor. Helaas pindakaas."'

'Wij knippen de wind' is een dun maar fijn boek dat je binnen de kortste keren uit hebt. Voor wie maximaal wil genieten is mondjesmaat lezen duidelijk aangewezen.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
96