Daan Heerma van Voss, 'De vergeting'

Hyperpersoonlijke geheugenexpeditie

Op een blauwe maandag wordt Daan Heerma van Voss geheugenloos wakker. In 'De vergeting' zwaait hij de deur naar zijn brein open en ontvouwt zijn speurtocht naar de oorzaak van dat plotse hersendefect. Opmerkelijk is de persoonlijke insteek van deze veelzijdige roman.

Een zin, volslagen betekenisloos, raast door het hoofd van Daan Heerma van Voss als hij op 16 januari van vorig jaar de slaap uit zijn ogen veegt: 'Ik bevind me in een roodgewatteerde schedel, met kloppende chromen aderen tussen de ogen.' Zijn geheugen is volledig uitgewist, herinneringen zijn opgelost in het grote niets. Angst overschaduwt zijn gedachten, alhoewel die spoedig een kiem van herstel onthullen: hij is in staat te redeneren. Dat het geen psychose is die hem overmeesterde, om maar iets te zeggen. 'Ik was een patholoog-anatoom die zichzelf ontleedde als een dood dier.'

Twee woorden stuwen stroomopwaarts en drijven aan de oppervlakte van zijn hersenen: Daniël en Sophie. Het zijn niet toevallig de namen van de protagonisten uit 'Zonder tijd te verliezen', de tweede roman van Heerma van Voss, die nauwelijks enkele dagen ervoor werd voorgesteld. Personages dus, maar ook personen die hem buiten hun rol in die goed onthaalde roman na aan het hart liggen.

Een rist intimi van de auteur spelen een voorname rol in dit verhaal, onder meer Evelien F., 'de nietsvermoedende rattenvanger van mijn herinneringen'. Helemaal zeker van zijn stuk lijkt hij niet te zijn met die keuze, zich bewust van de levens die hij misschien te grabbel gooit. 'Geen operatie zonder bloederig afval', geeft hij als verklaring voor het hoogt persoonlijke karakter van het relaas dat hij vertelt. Niet de saillante details die op deze openhartigheid volgen, bepalen de toon van deze roman. Waar het om gaat is dat hij subtiel de kern van onze identiteit ontrafelt, die een perfecte afdruk is van hoe we het verleden herinneren, maar ook van de vergetelheid die datzelfde verleden in een dikke mist hult. Bevlogen verbindt hij die vertrouwelijkheid met een stilistische diversiteit: in de korte hoofdstukken rijgt hij de essayistische, lyrische, wetenschappelijke en persoonlijke fragmenten moeiteloos aaneen.

Ergens voorbij halfweg verandert hij zijn perspectief, erkent hij de ambiguïteit van zijn queeste om het verleden vlekkeloos in kaart te brengen. 'De schedel is een Januskop.' Wat hij zich niet wil herinneren weerhoudt nu zijn aandacht. Hij toont aan dat we zonder het vergeten niet tot liefde in staat zijn; vergetelheid duidt hij als een atoom van het bestaan. Het branie van Heerma van Voss blijkt ook uit een aantal scherpzinnige ideeën over hoe schrijven en vergeten zich innig tot elkaar verhouden. Vakkundig verwijst hij het misplaatste geneuzel over fictie en realiteit naar het rijk van de doden.

Wijselijk besluit Heerma van Voss dat herinneringen per definitie hyperpersoonlijk zijn en daarom niet vatbaar voor enige correctie. Je zou hem een hobbelig leesparcours kunnen aanwrijven: de enkele gedichten zijn van een bedenkelijk niveau en met de neurowetenschappelijke analyse van wat hem die bewuste morgen overkwam, hamert hij steeds weer op dezelfde nagel. Wat van 'De vergeting' een opmerkelijke roman maakt is de bevlogen manier waarop hij de dialoog over het belang van het geheugen aanzwengelt.

Details Fictie
Auteur: Daan Heerma van Voss
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
288