Daan Heerma van Voss, ‘De laatste oorlog’

De enige kleuren van de oorlog: zwart en wit

Abel Kaplan wil zichzelf definiëren als een goed mens. Maar hoe kun je dat doen in een tijd waarin het kwaad geen gezicht heeft? Zelden worden vragen fundamenteler. Hetzelfde geldt voor de thema’s die Daan Heerma van Voss aansnijdt: oorlog, liefde, waanzin. 

Het hoofdpersonage van ‘De laatste oorlog’ is een man die niet kan loskomen van zijn verleden als echtgenoot en schrijver. Als uitgerangeerde geschiedenisleraar, die de naam van zijn joodse ex-vrouw Eva blijft dragen, droomt hij van Dat Ene Boek. Wanneer hij faalt om een gepeste brugklasser te beschermen, raakt hij geobsedeerd door de wens om ‘zich te committeren aan iets groters’. Kaplan redt een Roma-jongen uit een opvangcentrum en helpt met de onderduik. Of die reddersrol nu voortkomt uit narcisme of altruïsme laten we, net zoals Heerma van Voss zelf, netjes in het midden.

Tegelijk sluipt ook de Tweede Wereldoorlog de roman in. Eerst via een referentie naar ‘Schindler’s List’, dan door faits divers, om uiteindelijk krijsend op de voorgrond te komen in de vorm van een authentiek oorlogsdagboek dat Kaplan in handen krijgt. Hij kopieert en vervormt de woorden, en schrijft zichzelf erin. Zo eigent hij zich de geschiedenis toe van één individu, ook Abel geheten, en tegelijk van een hele generatie. De woorden van de oude Abel worden ietwat gekunsteld in de roman verweven, met een nieuwe lading namen als collateral damage. Wel merk je op die manier hoe de levens van beide schrijvers steeds meer in elkaar oplossen. Dat leidt Kaplan ertoe om zichzelf verder in vraag te stellen: kan híj de juiste beslissingen nemen als hij geconfronteerd wordt met ‘der Teufel’?

Het verhaal is zorgvuldig opgebouwd; elke stap volgt logisch uit de vorige, terwijl er volop gegoocheld wordt met verwachtingspatronen. En toch wringt er iets. Het is alsof Heerma van Voss ons opzadelt met puzzelstukjes, die uit verschillende dozen afkomstig zijn. Zodra je de contouren van een scène afgelijnd hebt, verandert de focus. Dat geeft het boek vaart mee, maar doet tegelijk afbreuk aan zijn eenheid. In ‘De laatste oorlog’ zijn meerdere boeken ondergedoken, die allemaal verteld willen worden in een dikke vierhonderd pagina’s.

Met elke roman, elke tour de force, geeft Daan Heerma van Voss zijn plekje op de literaire kaart een nieuwe kleur. Van het autobiografische ‘De vergeting’ over het abstracte ‘Het land 32’ naar actuele en menselijke fictie. Of toch niet. Want hoe uiteenlopend zijn verhalen ook zijn, 2 thema’s hebben zich stevig verankerd in zijn schrijverschap: het precaire evenwichtsspel tussen feit en fictie, en de vraag naar onze identiteit. Dat is bij ‘De laatste oorlog’ niet anders. Met Abel Kaplan zet Heerma Van Voss een zoekend individu met een verwrongen denkwereld neer, die de geschiedenis naar zijn hand probeert te zetten.

In se is ‘De laatste oorlog’ een liefdesverhaal. Maar dan wel één dat meer en meer bedolven wordt onder problematieken als de oorlogsherdenking en het Roma-beleid. Uit de combinatie van alle elementen spreekt zo’n rijke ambitie, en zo’n oeverloze stroom verhalen, dat we zeker zijn dat er nog heel wat lezenswaardigs uit zijn jonge pen zal vloeien. 

Details Fictie
auteur: Daan Heerma van Voss
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
432