Colson Whitehead, 'De jongens van Nickel'

Het meesterschap van Colson Whitehead

Colson Whithead gooide vorig jaar hoge ogen met ‘De ondergrondse spoorweg’, een moderne klassieker over slavernij en hoe eraan (proberen) te ontsnappen.  We beloonden het boek met vijf sterren en nomineerden het voor onze shortlijst van 2018. Bereikt Whitehead het torenhoge niveau van dat boek opnieuw met zijn laatste boek, ‘De jongens van Nickel’?

Elwood Curtis is een goede student, een ietwat naieve loebas. Hij werkt zich niet in de problemen en wordt uiteindelijk aangenomen op een collegein Tallahasse. De toekomst lacht hem toe. En niet onbelangrijk: Elwood is zwart. Iets wat begin jaren zestig niet bepaald een troef was. Dat blijkt wanneer Elwood meelift op weg naar zijn college. De auto blijkt gestolen en Elwood wordt, zonder aanwijsbare reden, beschouwd als medeplichtige. Elwood is zwart en op de verkeerde plaats. Zo eenvoudig is het. In plaats van het college eindigt hij op de Nickel Academy, een tuchtschool die met ijzeren hand geleid wordt en waar de zwarte jongens het meer dan hard te verduren krijgen. Meer nog, sommigen overleven het niet.

Whitehead baseerde zich voor zijn nieuwe roman op de waargebeurde feiten rond de Arthur G. Dozier School for Boys in Florida.  Bij het onderzoek naar de geruchten rond deze school bleken niet alleen de verhalen rond de lijf- en tuchtstraffen echt gebeurd te zijn. Er werden ook meer dan 100 lichamen gevonden, begraven buiten de begraafplaats van de school. Een leven was in die tuchtschool niet veel waar, en al zeker geen zwart leven.

Elwood ondervind aan den lijve wat het betekent om onderworpen te worden aan de wil van witte oudere mannen die over jou kunnen beslissen alsof ze de oude keizers van Rome waren. Fysieke ranselpartijen, sexueel misbruik en, als je pech had, een bezoek ‘naar achteren’, waar je nooit meer van terug kwam. Het is de dagelijkse realiteit waarmee Curtis en zijn vriend Turner geconfronteerd worden.

Het boek van Whitehead is gruwelijk en poëtisch. Whithead gebruikt een ongebruikelijke mix van ironie en afstandelijkheid, maar die mix zorgt er net voor dat wat hij vertelt een enorme indruk nalaat. Je voelt de eenzaamheid, ontreddering en het gevoel van machteloosheid van Elwood bijna fysiek. Tegen beter in, wil je verder lezen en hoop je dat alles goed komt met Elwood, dat ontschulidge slachtoffer tegen wil en dank.

Uiteraard kende Elwood het dagelijkse racisme al voor hij op Nickel belandde. Net zoals, zo kunnen we toch vermoeden, Whitehead het ook aan de lijve zal ondervonden hebben. Bij het begin van het schooljaar, bijvoorbeeld, krijgen de zwarte jongens de tweedehandsboeken van de witte school verderop. De boeken staan vol beledigingen aan het adres van de zwarten. ‘September was de maand waarin je de nieuwste schelwoorden van de blanke jeugd van Tallahassee leerder kennen, (…)‘ merkt Whitehead terzijde op. Maar op Nickel is het racisme anders, buitensporig. Het is grenzeloos sadisme, gebasseerd op macht en een oneindig groot superioriteitsgevoel. Het is eenvoudigweg misselijkmakend.

Whitehead vat de tijdsgeest, de eenzaamheid, het stille verzet ook van de jongens, samen in een roman die, net zoals ‘De ondergrondse spoorweg’ nog lang nazindert. Het beneemt je de adem, het doet je nadenken en beseffen dat het racisme dat Elwood en Turner meemaakten in de jaren zestig, nog altijd diep ingebakken zit in onze maatschappij. Het is een boek dat je doet beseffen dat we als menselijke soort nog heel wat werk voor de boeg hebben. Het is een boek dat je, kortom, nederig maakt en doet buigen voor het meesterschap van Colson Whitehead.

Details Fictie
Auteur: Colson Whitehead
Vertaald Door: Harm Damsma, Niek Miedema
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
271