Christophe Van Gerrewey, 'Op de hoogte'

Tekstuele terreur

Net als Hugo Claus stuurt Christophe Van Gerrewey de verzen van zijn debuutroman 'Op de hoogte' uit naar 'haar die ik niet ken'. Zo daagt hij de lezer nog voor de eerste regel uit: een proces waarin hij met veel metier en beheersing, haast ongeëvenaard voor een debuutroman, volhardt tot het laatste woord.

Een brief, een roman, of ergens halverwege tussen de brief-in-roman en de roman-in-brief? 'Dit is het soort tekst waarin andere regels gelden.' Van Gerrewey geeft zelf aan dat hij een aantal genres aan flarden schrijft. De vorm is de inhoud en vice versa: de tekstuele terreur loopt evenwijdig met het requiem van een liefde. Hoe kun je dit boek louter als een verhaal beleven? De formele kwestie legt zijn wil op aan het verhaal dat amechtig naar adem hapt, overspoeld door zoveel handigheid en literaire kunde. Van Gerrewey misleidt zijn lezers graag, hij wringt zich tussen de lezer en de tekst. De meta-reflecties versmachten de liefde, er is te weinig tastbare pijn. Van Gerrewey is een schrijver van de ratio, hij houdt het verdriet op afstand.

Het vernuft van Van Gerrewey gaat verder dan deze literair-kritische beschouwingen. Met veel nuance toont hij hoe de verteller zich zonder schroom uit over een aantal socio-culturele topics: Gent stelt in wezen niets voor - 'Wat zitten mensen hier eigenlijk te doen?' - en in de krant De Standaard wemelt het van 'volstrekt overbodige en achterhaalde meningen'. De auteur maakt zich meester van de taal. Zijn ritmische web van woorden en in gedachtenstreepjes gehulde terzijdes spint zich met de standvastigheid van een metronoom rond de ex-gelukkige.

Dan het verhaal: van bij de eerste zin, waarin hij zijn vroegere levensgezellin meent te moeten stoppen 'als een zakdoek die vol plooien verborgen zit in een vuist', verrast hij met een oplawaai van woorden. In één bedrijf, een lang uitgesponnen loutering van de liefde die hem schijnbaar meer bedrukt dan dat ze ooit garant stond voor onversneden geluk, tracht hij de vrouw die hij niet langer de zijne mag noemen, bij te brengen wat in feite voor hemzelf nog behoorlijk troebel is. Niet voor niets wellicht gebeurt dat op een plek waar hij en zij, toen nog wij, experimenteerden met hun relatie, een proeftuin van hun liefde. Die ruimte maakt deel uit van 'het magazijn van plekken waar onze liefde als in donkere kamers ontwikkeld is'.

Nee is het woord waarmee hij zijn relaas afwikkelt, een ontkenning van de woorden die de boodschapper zelf in de mond van zijn ex-geliefde legt en een zoveelste interpretatie van wat in de roerloze armen van het verleden ligt. Het lukt hem niet haar op de hoogte te brengen van datgene wat hij zelf niet onder controle krijgt. Van Gerreweys proza is opvallend koel in het licht van de thematiek van de vergane liefde: met een precisie, akelig steriel als een boekhouder die zijn persoonlijke emoties mathematisch verwerkt, zoekt hij naar een manier om zijn nauwelijks te doorgronden gemoedstoestand toch enigszins in een tastbaar en overzichtelijk patroon te gieten.

Deze tekst, een ander predicaat is onhoudbaar na de lezing ervan, zet zich af tegen een literatuur die zelfvoldaan iedere vorm van introspectie uit de weg gaat. Van Gerrewey omarmt het vraagteken. Je kunt alleen maar hopen dat het bereik van 'Op de hoogte' verder gaat dan twaalf lezers en een snurkende recensent.

Details Fictie
Auteur: Christophe Van Gerrewey
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
188

Nieuwsbrief 7/7