Charlotte Van den Broeck, 'Waagstukken'

De wanhoop nabij

Na 'Kameleon' en 'Nachtrock', twee positief onthaalde dichtbundels, gooit Charlotte Van den Broeck (1991) het met 'Waagstukken' - haar prozadebuut - over een totaal andere boeg. Drie jaar lang heeft ze de wereld afgereisd op zoek naar architecten die na hun mislukte projecten uit het leven stapten.

Al in het openingsessay over het zwembad in Turnhout, dat als gevolg van allerlei technische fouten voortdurend werd gesloten, blijkt hoe scherp Van den Broeck kan kijken en luisteren. Ze verstaat de kunst om haar notities in een boeiend verhaal om te zetten. 'Stedelijk Zwembad Stadspark, Turnhout' is allerminst een saai relaas van alles wat bij de bouw ervan fout is gelopen. Haar dagboeknotities gaan immers alle richtingen uit: bezoekers van de cafetaria mogen hun zegje doen over de zaak en waarom ook niet na een bezoek aan een David Hockney-tentoonstelling in Parijs refereren aan zijn beroemde zwembadschilderij. Het verraadt haar verfijnde poëtische stijl en tegelijk de toon waarop het hele boek is geschreven. Een goed doordacht switchen tussen filosofische bedenkingen, historische gegevens en rake observaties, dit alles met de blik voortdurend op falende architecten gericht.

Neem nu de uit de vergetelheid gehaalde architect Gaston Eysselinck van het P.T.T./R.T.T.-gebouw in Oostende. Een sociaal bewogen man die per se zijn goede vriend en kunstenaar Jozef Cantré bij zijn plan wou betrekken. Een nobel streven dat uiteindelijk de oorzaak werd van ontgoocheling en frustratie tussen beiden.

'Eysselinck zou woedend zijn geworden op de vernissage van Cantrés tentoonstelling in Brussel omdat de beeldhouwer een eerdere uitvoering van zijn gevleugelde godin had voorgesteld op een sokkel-te elitair.'

Na hevige tegenkanting en pesterijen mag Eysselinck niet meer op de bouwwerf komen, waarna hij zich in zijn woning ophangt.

Een ander hoogtepunt is haar reis naar Rome waar ze Francesco Borromini - de ontwerper van de niet zo bekende San Carlo alle Quattro Fontane-kerk - weer tot leven wekt. Een architect die haar dicht op de huid zit en met kennis van zaken wordt geportretteerd. Hier komen Carlo Maderno, de afwerker van de Sint-Pietersbasiliek samen met Bernini, de bedenker van de beroemde colonnade, in beeld.

Het is in de schaduw van laatstgenoemde dat Borromini minder belangrijke opdrachten mag uitvoeren. Ook hier komt het tot een conflict tussen beiden: een clash tussen klassieke aanpak en complexe vormen. Zenuwziek begonnen aan zijn San Carlino-kerk is hij door de afwerking zo uitgeput dat hij zich op een sabel stort en kort daarop overlijdt.

Evenzeer boeiend zijn haar essays over andere architecten die vanwege foutieve plannen of de realisatie ervan de hand aan zichzelf sloegen. Een voor een  literaire stukken - hoe beschrijft ze met meesterlijke pen een restaurantbezoek op Malta - die illustreren hoe goed Charlotte Van den Broeck schrijft. Een dichteres wier prozadebuut hoge verwachtingen schept.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Arbeiderspers
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
288