Charles-Ferdinand Ramuz, 'De grote angst in de bergen'

Weird peaks

Zo nu en dan gebeurt het, een uitgeverij die het aandurft een lang vergeten parel, al dan niet op aanraden van de vertaler, van onder het stof te halen en opnieuw in al zijn glorie te herstellen. Een risico, want zal de vertaling het origineel de nodige eer aandoen?  Van Oorschot zag vooral het potentieel en bracht ‘De grote angst in de bergen’ van Charles-Ferdinand Ramuz na tientallen jaren opnieuw uit in het Nederlands, in een vertaling van Rokus Hofstede.

In een tijd die wij tegenwoordig bijna niet meer (her)kennen, beslist de burgemeester van een dorpje in de Zwitserse Alpen om een deel van de koeien tijdens de zomer te laten grazen op een weide die sinds jaar en dag gemeden wordt omdat er zich lang geleden onverklaarbare ongelukken hebben voorgedaan. Maar nadat een groep herders van allerlei pluimage zich aanmeldt, staat niets het plan meer in de weg. Als de koeien daarboven echter besmet raken met ‘de ziekte’, raken de herders afgesneden van de bewoonde wereld en verliezen ze langzaam maar zeker hun grip op de realiteit. De grote angst slaat toe.

De manier waarop Ramuz die grote angst overbrengt op zijn lezer, is erg ingenieus. Ook al weet je na het lezen van de achterflap al dat de mysterieuze ziekte die onder het vee woedt, alles zowat in gang zet, eenmaal je in het verhaal zit, wordt het onmogelijk de spanning die dat met zich meebrengt, te negeren. Voortdurend plant Ramuz’ verteller kleine zaadjes in het hoofd van de lezer door vooruit of terug te blikken. Onvermijdelijk ontwikkelen ze zich tot grote vragen en brengen ze de lezer meermaals op een dwaalspoor. De onzekerheid waar het bij de herders mee begint, krijgt je dan ook al snel in zijn greep.

In verschillende recensies werd de link met het hedendaagse klimaatprobleem aangehaald en ‘De grote angst in de bergen’ kan zeker met die wetenschap in het achterhoofd gelezen worden, maar uiteindelijk staat in dit boek een strijd tussen mens en natuur centraal die allesbehalve nieuw is. Het is dus eerder het universele gegeven van de menselijke overmoed die dit boek zo tijdloos maakt dan een ‘toevallige’ overeenkomst met de problemen waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden.

Wat dit verhaal echter het meest boven zichzelf laat uitstijgen, is Ramuz’ taal. Vertaler Rokus Hofstede wijdt niet zonder reden een heel nawoord aan het uitleggen van bepaalde keuzes. Ramuz heeft zijn status als een van de groten van de Zwitserse literatuur (en bijbehorende plaats op het bankbiljet van 200 Zwitserse frank) namelijk verworven met een erg unieke taal, gebaseerd op de spreektaal van Frans-Zwitserse boeren. Dat leidt tot een eenvoud die ondanks de beperkte beeldspraak, het verhaal juist erg beeldend maakt.

Daarbij komt dat hij zijn werkwoorden voortdurend laat verspringen van heden naar verleden, en omgekeerd. Dat doet inderdaad spreektalig aan, maar vooral, het geeft dit verhaal een extra dimensie. Afgesneden van de wereld verliezen de herders elke houvast en doet tijdsbesef er niet meer toe. Door zijn opvallend inconsequent gebruik van werkwoordstijden weet Ramuz dat vervagende besef erg doeltreffend over te brengen op zijn lezer. Een weinig evidente keuze die het verhaal in dit geval wel ten goede komt, al is het soms wat wennen.

Met het intrigerende verhaal en zijn unieke taal heeft ‘De grote angst in de bergen’ niettemin alles in zich om een plek op te eisen als literatuurklassieker. Ook buiten Zwitserland.

Details Fictie
Originele titel:
La Grande Peur dans la montagne
Auteur: Charles-Ferdinand Ramuz
Vertaler: Rokus Hofstede
Uitgeverij: G.A. van Oorschot, Amsterdam
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
200