V/A, ‘Buitengewoon Belgisch Bouwen’

Tientallen tinten tegenwoordigheid

Ongeveer een decennium geleden leek het een aardig akkefietje: een reeks uitzonderlijke woningen van Belgische architecten samenbrengen onder een kaft. Vier edities later is ‘Buitengewoon Belgisch Bouwen’ een referentiewerk geworden, waar zowel vaklui als potentiële opdrachtgevers reikhalzend naar uitkijken. Voor bepaalde architecten is het halen van de eindselectie zelfs een erezaak, omdat zij begrepen hebben dat de tweejaarlijkse publicatie als kwaliteitslabel aanzien wordt voor wat creativiteit en innovatie betreft. Wat verschillende bureaus onder die noemers begrijpen varieert echter enorm, en precies dat maakt dit boek tot een waar avontuur.

Architectuur is altijd een discipline geweest waarin eigengereide artisticiteit een dialoog moet zien aan te gaan met stijl en bouwprogramma zoals begrepen door de bouwheer. Niet zelden komt de consensus neer op een type woning met een strakke geometrie uitgevoerd in een palet van wit met houten afwerking – het prototype van de hedendaagse ‘modernette’. Geen van de inzendingen die in deze vijfde editie van ‘Buitengewoon Belgisch Bouwen’ opduiken, valt gelukkigerwijs te reduceren tot een dergelijk stereotiep. Toch blijkt een deel van de architecten schatplichtig aan de mainstream smaak, waarbij het uitzonderlijke van hun ontwerp zich louter manifesteert in atypische accenten of doorgedreven keuzes die compromisloos een esthetisch minimalisme omarmen.

Behalve projecten die vanuit dit klassieke concept van moderniteit vertrekken, zijn er ook bijdrages die voor een radicalere herdefiniëring gaan van wat wonen vandaag betekent. Opvallende contrasten daarbij zijn dat sommigen vertrekken vanuit het dagdagelijks samenleven, terwijl anderen meer vormelijk of bouwtechnisch denken, kortom eerder in functie van de esthetica dan vanuit de routine. Om hun ideeën beter te begrijpen, is het mooi meegenomen dat de architecten zelf aan het woord komen. De genese, uitdagingen en materialen die hun werk uniek maken, worden dus expliciet benoemd. De interviewstijl leest daarbij prettig weg, hoewel een meer essayistische inslag misschien een idee kan zijn voor toekomstige edities.

Een andere opmerking is dat detaillistische foto’s het totale plaatje wel eens durven overwoekeren. In de 21ste eeuw zijn pakweg luchtopnames niet meer ondenkbaar, toch? Hier en daar is het dan weer spijtig dat elementen onvoldoende worden uitgelicht. Zo is er ergens sprake van een keukenmeubel als pronkstuk van de woning, terwijl de lezer zich dit niet voor de geest kan halen omdat een treffende illustratie ontbreekt. En een laatste heikel punt is de publiciteit van commerciële spelers, gaande van types deurklinken tot boilers. Tussen de ettelijke kunstzinnige creaties valt dergelijke reclame uit de toon, al proberen samenstellers Grégory Mees en Frank Berckmans een koppeling te maken tussen technieken en projecten waarin voor deze technieken geopteerd wordt. Zodoende blijven de advertenties gelukkig wel verteerbaar.

Bovenstaande is in feite slechts een kanttekening bij een unieke serie, waarvan dit vijfde volume alweer parels in het Belgische landschap uitlicht. Want eerlijk is eerlijk: zonder ‘Buitgenwoon Belgisch Bouwen’ zouden fenomenale spinsels onder de radar blijven, wat betekent dat eventuele bouwheren hun weg naar hun droomarchitect niet zouden vinden. Alleen al daarom is deze publicatie een noodzakelijk standaardwerk, waarvan de merites aan de hand van de uitgekiende selectie ook nu weer verdiend blijken.

Details Non-fictie
Tientallen tinten tegenwoordigheid
Samenstellers: Grégory Mees, Frank Berckmans
Uitgeverij: Lannoo, At Home Publishers
Aantal pagina's:
468