Immigratie leidt een zoektocht naar identiteit in, niet uitsluitend een zaak van de nieuwkomers overigens. Bouke Billiet houdt in zijn debuutroman 'In de naam van TienKamelen' het spanningsveld tussen beide thema's tegen het strijklicht. Een jonge vluchtelinge, gedwongen haar veilige cocon te verlaten, houdt zich staande met verhalen die ze telkens opnieuw aan haar kompanen ontfutselt, tot ze, verveld van haar oude gedaante, een uitweg ziet.
Met de nogal argeloze mededeling 'de dag was nochtans mooi begonnen' begint de auteur in het eerste deel van de roman met een schets van de biotoop van TienKamelen, een weesmeisje dat groot wordt in de luwte van een rusthuis. Zelf heeft ze het over een kasteel, een rariteitenkabinet waarmee ze de fundamentele eigenschap deelt de wacht te zijn aangezegd, in de marge van de samenleving. Verder in de roman is dit een constante: ze trekt op met hen die een burgerlijk leven niet is gegund of er lak aan hebben, met ouderlingen ook, 'een soort restafval van het verleden'.
Geschiedenis speelt een prominente rol in het boek, Billiets opleiding als historicus zit hem op de huid. In de beleving van een ouderling lieten de opeenvolgende bezetters van het kasteel na hun doortocht niets achter dan de leegte. 'Vertrekken is vernietigen.' Het is een vorm van escapisme waaraan TienKamelen een boodschap heeft, en een van de mechanismen die ze ontwikkelt om het onvermijdelijke uit te stellen. Ze vindt ook soelaas in de vertelsels van de mensen met wie ze omgaat.
Billiet werpt zich op als een links georiënteerde Sheherazade die zich nestelt in de zelfkant van de maatschappij. Resoluut kiest hij voor de dialoog. TienKamelen houdt de stilte, in het zog waarvan de introspectie zich aandient, ver voor zich uit. Dat uitstel eigent ook de schrijver zich toe: nodeloos rekt hij het gestalte geven aan de luchtbel waarin ze leeft, de roman is dan al halverwege. Van meet af aan kondigt zich toch het verdict aan dat ze niet gewenst is?
'Omdat we hier allen vreemdelingen zijn', het tweede deel confronteert TienKamelen - eindelijk - met de existentiële crisis die in haar sluimert. Verguisd komt ze aan in een stad zonder huizen, met enkel flats als humane magazijnen, en 'wandelende winkeltassen'. De verhalen winnen aan urgentie. In 'De verfrommelde tijd', dat zich in vier episodes ontvouwt, kiest Billiet voor een rauwer register en zoekt hij de schemerzone op.
Billiet geeft een stem aan de sans-papiers. Hij injecteert hun situatie met een forse dosis hoop. Het nihilistische cynisme dat hedendaagse auteurs wel eens hanteren laat hij voor wat het is. Die keuze werkt grotendeels: hij laat zien dat vluchtelingen zich evengoed moeten losmaken van de context om hun eigenheid te modelleren. Een teveel aan verhalen en personages hollen het ritme van de roman uit. De auteur wisselt gezochte, overbodige met fraaie metaforen af. 'Ze sprak vlekkeloos Spaans, maar zong hier en daar een beetje. Alsof haar mond een kust was en de warme klanken er hun tijd voor namen om aan te spoelen.' In het mierzoete einde predikt hij consequent het positivisme. Tegendraads wijst hij het defaitisme dat ons denken overschaduwt van de hand.

Reageer