Bart Koubaa, 'De vogels van Europa'

Het impliciete schrijven

In ‘De vogels van Europa’ van Bart Koubaa staat de waarheid op het spel. Een man van voorbij de veertig, in slaap gewiegd door het voortkabbelen van de tijd, heeft er veel voor over om de verdwijning van een oude schoolvriend op te helderen. En die zoektocht brengt hem terug op wie hij is geworden.

Buitenissig is de frivoliteit die Maarten De Ridder aan de dag legt – wekenlang blijft hij thuis van het stoffige kantoor waar hij een eindeloze brij aan data in hapklare statistiekjes giet – om de maalstroom aan gedachten die het opsporingsbericht van Eddy Bonte in hem losweekte te ordenen. Als adept van een statistische kijk op de dingen is er wat hem betreft een zakelijke verklaring voor alles wat zich in een mensenleven aandient. Het gemiddelde is op zijn netvlies geprojecteerd.

Het heeft er wat van weg dat Koubaa zich in zijn zevende roman wil vereenzelvigen met waar wetenschapsfilosofe Trudy Dehue in ‘Betere mensen’ de schijnwerpers op richt: de drang van de wetenschap om ons een norm op te spelden die net iets hoger ligt dan het gemiddelde. Voor afwijkingen hebben we geen begrip beklemtoonde ze recentelijk in een dialoog met Lex Bohlmeijer van De Correspondent.

En afwijken van de norm doet De Ridder tegen wil en dank. Een tiener nog kreeg hij zijn woorden vaak niet onder controle, wat hem gefronste wenkbrauwen opleverde. Suikerzakjes in zijn vestzak laten glijden als hij op café of restaurant een koffie bestelt, is nog zo’n vreemde eigenschap van hem die Koubaa aantikt zonder er verder acht op te slaan en waarmee hij het mysterie van zijn personages voedt.

Op een whiteboard in zijn werkkamer maakt hij een reconstructie van het verleden dat hij met Eddy deelde. Zijn aandacht gaat daarbij vooral uit naar een zomer op Texel met de koorleider en drie vrienden, waaronder dus de betreurde Eddy. Een detective is hij geworden, met de kam gaat hij door de herinneringen die meer dan dertig jaar verstoften in de barstensvolle kamers van zijn geheugen. Argwanend observeert hij hoe het verleden zich aan hem voorstelt. “Niets is zo onvoorspelbaar als het geheugen” is niet bepaald een verkwikkend inzicht.

Koubaa schopt de protagonist uit zijn comfort zone, het volle leven tegemoet. Het merkwaardige is dat Maarten verbeten naar aanwijzingen zoekt en dat alles tegelijkertijd van hem afglijdt als druppels van een verregende ruit. Die argeloosheid verhindert een glasheldere voorstelling van wie hij is. De affaire met Marie – als je het tenminste zo kunt benoemen, want het impliciete register dat Koubaa bezigt is een constante waarrond hij de identiteitsqueeste van Maarten afwikkelt - lijkt wel een voetnoot in zijn persoonlijke geschiedenis. Als een goedige huisvader bedekt hij ook zijn eigen uitschuivers met een gebaar van mededogen.

“Je vindt nooit wat je zoekt” is de defaitistische conclusie van De Ridder. Hij houdt zich staande met de gedachte dat er een richting is in zijn leven, zonder dat die hem brengt naar een oord van verlichting waar de waarheid de skepter zwaait. Koubaa reflecteert in ‘De vogels van Europa’ over de vraag naar onze werkelijke identiteit en hoe die ons als onze eigenste schaduw levenslang achternazit. Dat het verhaal vrolijk meandert en bepaalde verhaallijnen een betere uitwerking verdienden kunnen we hem vergeven, in ons achterhoofd het belang van het thema dat hij aansnijdt.

Details Fictie
Auteur: Bart Koubaa
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
237