Arthur Japin, 'Geluk, een geheimtaal'

Een kwetsbare maar eerlijke ziel

Dagboeken zijn in het beste geval goud waard voor wie meer over zijn favoriete schrijver wil weten. Met 'Geluk, een geheimtaal. Dagboeken 2008-2018' laat Arthur Japin (1956) een minder bekende kant van hem zien. Alvast een cadeau voor zijn talloze lezers.

Al behoort hij al jaren tot de belangrijkste en meest populaire Nederlandstalige auteurs en werden zijn romans 'De zwarte met het witte hart' en 'Een schitterend gebrek' wereldwijd vertaald, over zijn verleden - getekend door depressie - en ander leed hing tot voor kort een sluier. Dit is nu met 'Geluk, een geheimtaal' compleet verleden tijd. Dood, liefde, passie, artistieke twijfel en zelfdoding, het komt er allemaal uitvoerig en gedetailleerd in aan bod.

Toonde Japin al eerder voor wie hij staat in zijn romans, al was het maar om voor te zijn hoe hij door anderen bekeken wordt, zo tekent hij bij het begin van zijn notities op: 'Langzaam maar zeker kwam ik erachter dat ik de mensen misschien niet mezelf toonde, maar iemand anders. Mezelf tonen kan ik door te schrijven. Daaruit komt een beeld naar voren van wie ik ben.'

Het is een gegeven waar hij het bepaald niet makkelijk mee heeft en in feite teruggaat naar zijn jeugd. De angst voor de blikken van anderen. De vrees om te worden nagewezen, of op straat te worden uitgelachen? Het ligt na al die jaren duidelijk nog niet definitief achter hem. Vandaar het verlangen dat met dit boek sommigen eindelijk voorbij het uitzicht kunnen kijken. Ondanks alles blijft de hamvraag: heeft wie hem leest of ooit heeft ontmoet wel het juiste beeld van hem? Het is een afweging die als een rode draad door het hele boek loopt.

Er valt evenwel meer te lezen dan over de introspectie van een auteur die bijvoorbeeld zijn manier van schrijven toelicht: 'Het zoeken van woord naar woord om een zin te vormen blijft iets onnavolgbaars. De klanken zijn het belangrijkst. Die nemen de leiding.'

Ook op emotioneel vlak wordt niets achter de hand gehouden. Er is de zelfmoord van zijn vader, terwijl hij elegant maar evenzeer indringend het levenseinde van zijn moeder in beeld brengt.

'Mijn moeder is indertijd gestorven aan een gebroken hart. Letterlijk, het scheurde doormidden. Zij had het leven de rug toegekeerd.'

Verhelderend zijn de talloze passages waarop de cultuur-en literatuurliefhebber op zijn wenken wordt bediend. Ze getuigen van een zelden geziene eerlijkheid, met als hoogtepunt een ontmoeting met collega-schrijver P.F. Thomése, die ooit over hem zei dat het etaleren van zijn boeken in de boekhandel te vergelijken valt met het etaleren van drollen in een taartenwinkel. Hij negeert Thomése niet maar stapt naar hem toe om hem rechttoe rechtaan te vertellen wat zijn pesterijen hem doen. Idem met Nico Dijkshoorn die hem hautain vindt. Hem legt hij uit dat alles te maken heeft met schaamte, waardoor hij niet meteen weet hoe zich te gedragen als hij ergens binnenkomt.

'Geluk, een geheimtaal'  is een met vakmanschap gepolijst dagboek van een schrijver die zonder gêne zijn ziel heeft bloot gelegd. Een bewogen en verrassende tocht door de innerlijke wereld van Arthur Japin.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
373