Arnon Grunberg, 'Apocalyps'

Het einde is nabij!

Arnon Grunberg is een van de grootmeesters der Nederlandse literatuur. Dat bevestigde hij vorig jaar nogmaals met de publicatie van ‘De man zonder ziekte’. Dit vaak absurde en door oorlog getekende boek sleepte nominaties voor de AKO- en Libris Literatuurprijs in de wacht. Volledig terecht volgens onze mening, en zelfs een overwinning waard. Met de verhalenbundel ‘Apocalyps’ bevestigt Grunberg wederom dat zijn succes niet zomaar uit de lucht komt gevallen. Het einde is nabij, hoog tijd dus om alle registers open te gooien.

In een tiental verhalen schetst Grunberg de teloorgang van de mensheid, de verdoemenis van ons bestaan en het onvermijdelijke noodlot dat ons allen zal treffen. Hiervoor is de mens echter meestal zelf verantwoordelijk. Op vakkundige wijze wordt een subtiele en verdoken kritiek op onze steeds groeiende consumptiemaatschappij geuit. Big brother is watching you, en dus moeten wij ook altijd alles van elkaar weten. Grunberg geeft deze gedachte gestalte door een camera te plaatsen in het achterwerk van een jonge werkloze man, van wie de vader denkt dat hij door de duivel bezeten is. Maar niet enkel de sociale media en de heersende bespiedcultuur moeten het ontgelden. Ook de controlezucht van regeringen, het steeds verhardende extremisme en de prestatiedrang krijgen meer dan eens een stevige veeg uit de pan. Grunberg heeft duidelijk een dwarsdoorsnede gemaakt van de hedendaagse maatschappij en hij legt daarbij onmiskenbaar de pijnpunten bloot. In dat opzicht is het misschien niet verwonderlijk dat hij kiest voor een typisch kubistische, Piccassoachtige afbeelding om de kaft te sieren. Op die manier lijkt hij reeds duidelijk te willen maken dat hij de mens en de samenleving ontleedt op alle vlakken.

We kunnen hier echter niet spreken van een bundel waar pessimisme troef is. In de stijl die zo eigen en heerlijk is aan Grunberg, laat hij de lezer regelmatig lachen of de wenkbrauwen fronsen van absurditeit. Wat begint als een realistische en dus aanneembaar verhaal, kan plots omslaan in een fantasierijke trip door het hoofd van de auteur. Hierbij weet hij zeer goed de spanning op te bouwen, het vertrouwen van de lezer te winnen en de verhaallijn te ontspinnen, om dan in één zin al het voornoemde onderuit te halen en een compleet andere weg in te slaan. Dit verrassingseffect mist zijn doel niet en maakt dat de lezer gretig en met een ziekelijke drang tot de anticlimax verder door het boek raast. Of zegt dit meer over de toestand van de lezer dan over die van de auteur?

Om Grunberg te lezen moet je misschien inderdaad een beetje absurd zijn. Je moet jezelf er in elk geval voor open stellen en een stap dichter durven zetten naar het einde van de mensheid, het apocalyptische, de waanzin. Op die manier naderen we de essentie van zijn werk: Waanzinnige Literatuur. Met grote W en grote L.

Details Fictie
Auteur: Arnon Grunberg
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
316