Anne Vegter, Spamfighter

Het leven in al zijn facetten

De Nederlandse Anne Vegter (1960) is wat je noemt een ‘allround schrijfster', als auteur van kinderboeken, kortverhalen, toneel en poëzie. Het gedicht ‘All inclusive', uit haar derde en nieuwe bundel ‘Spamfighter', viel op Gedichtendag in de prijzen als een van de drie mooiste gedichten van 2007. De bundel, genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2008, is een rijk boek, geschreven door een dichteres die met een fantasierijke beeldtaal. Vegter springt geweldig van de hak op de tak, maar slaagt erin om zelfs dan nog enige samenhang te creëren. En dan is onze interesse gewekt...

Een ‘Spamfighter' is simpelweg een ‘antispamfilter'. Heeft de dichteres de nobele taak op zich genomen om spam - in welke vorm dan ook - te bestrijden of te filteren? Is het een strijdlust tegen al het oppervlakkige commerciële nieuws of mogen we het ruimer zien, tegen het ongewenste an sich? Op de cover staat een schilderij van de Duitse schilder Gerhard Richter, met daarop een doodshoofd afgebeeld. Het is een duister beeld, en misschien zijn de gedichten van Vegter dat ook wel. Niet omdat Vegter zwaarmoedige, morbide thema's aansnijdt, maar omdat haar gedichten moeilijk te ontcijferen zijn - op het mysterieuze af. Toch lijkt ze het leven, dat zeker niet onvoorwaardelijk positief is, met beide handen en in al zijn facetten aan te grijpen.

‘Spamfighter' bevat 29 gedichten, met daarin meestal een ik- en jij-persoon. Stijltechnisch maakt Vegter vaak gebruik van enjambementen. Als ze over emoties spreekt, dan gebeurt dat via metaforen en nooit direct emotioneel. Zoals in ‘Wisselende posities', dat over vertrek en verlaten gaat, en over wat dat met de achtergeblevene doet. Ze creëert een beeldtaal van coördinaten en vlaggetjes om vanop afstand in contact te blijven met de persoon op reis: ‘Zijn de coördinaten waarop jij je bevindt veranderlijk, / reis dan minder grillig. Zo krijg ik geen vlaggetje op de kaart. // Ik wilde je route volgen, je strategie: / je komt terug om te gaan. [...].'

In gevatte, humoristische gedichten, zoals ‘Blijde verwachtingen' en ‘De nieuwe man', is Vegter op haar best. ‘Blijde verwachtingen' is een ironisch, hilarisch gedicht over toekomstige ouders die dromen over de naam en het geslacht van hun kind: ''Nee stil! Ik droomde dat ons kind Arnon Grunberg moest heten.' / 'Je meent het! Dat heb ik ook gedroomd.' // [...] 'En wat als ik vannacht droom dat ons kind Margarita / v/h de Roy van Zuydewijn heet. Die is immers ook dapper?'' De knipoog naar het Nederlandse koningshuis krijg je er gratis bij. ‘De nieuwe man' begint met ‘Er zijn mannen met het levensgevoel ‘douchecabine'' en wordt ten top gedreven in verzen als ‘Omdat lichaamsverzorging het taboe ontsteeg zijn er al mannen die zeggen: / ‘Toen ik vanochtend wakker werd schudde ik mijn poriën los.''

Van de hele bundel gaat een grote kracht en vitaliteit uit. Vegter springt van de hak op de tak, maakt allerlei gedachtesprongen en creëert toch samenhang. Haar poëzie bevat mooie vergelijkingen: 'Zoals een klasje van elfjarigen er even / aan denken moet wat juf op de wc doet en of je daar iets van zou kunnen zien.' (‘12.15 uur tot 13.00 uur'). ‘All Inclusive' eindigt met een oproep om te léven en te doén. Het bevat een wens om de dood uit te stellen. ‘We zullen middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen. / Keer de attracties niet de rug toe. Botsen, zweven, duiken, rollen, hangen // en trilling lengt tijd.'

In andere gedichten is Vegter soms zo relativerend en down-to-earth dat het weer grappig wordt. Bijvoorbeeld in ‘Moratorium', over een zekere John en hoe die van zijn leven een puinhoop heeft gemaakt voor zijn dood en zijn moeder die nu eenzaam achterblijft. ‘Toen we van Johns begrafenis thuiskwamen / was er niemand die vroeg: wilde John eigenlijk wel leven?'

Aan ‘Yoghurtkweek' en ‘Zeventien werd ik' hou je een bizar gevoel over. ‘Zeventien werd ik', over zeventien worden en liefde, is heel vreemd verwoord, met verzen als ‘[...] We deden huidje en transplantatietje, ik had al eens een neger gehad. / Ik speelde twintig maanden in reservetijd met oude mandarijnen. [...]' In ‘Yoghurtkweek' zit een vreemde vergelijking tussen nonnen en yoghurt, maar die wekt wel je interesse op.

Spontane, uitbundige, recht-voor-de-raap-poëzie, en toch duister en melancholisch: dat is ‘Spamfighter'. Geef Vegter een tekening die ze moet inkleuren en ze zal zonder twijfel buiten de lijntjes kleuren. Niet getreurd, in plaats van wat roekeloos gekrabbel zal ze buiten de lijnen een mooi en eigenzinnig kunstwerkje fabriceren. We zijn er zeker van.

Details Poëzie
Auteur: Anne Vegter
Copyright afbeeldingen: Querido
Uitgever: Querido
Jaar:
2007
Aantal pagina's:
38

Nieuwsbrief 7/7