Anne Eekhout, 'Dogma'

Liefde wint het van de dood, altijd.

Door het recht op vrijheid volledig bij het individu te leggen, verliezen we de sociale context uit het oog. In ‘Dogma’, de debuutroman van Anne Eekhout, loopt dat ethische dilemma samen met een documentaire die vijf jongeren over zelfmoord draaien.

Met de zinderende intensiteit die ze tot leven wekt tussen jongvolwassenen die voor zichzelf een eigen universum creëren, schaart Eekhout zich bij een levendige literatuurtraditie. Denk aan ‘De verborgen geschiedenis’, de moderne klassieker van Donna Tart, of recenter werk als ‘Vloed’ van Roderik Six en ‘Het licht’ van Jeroen van Rooij. Met de laatste twee heeft ze nog meer gemeen: een diep gewortelde onmacht beheerst de symbiose van de vijf, alcohol en drugs illustreren hun destructieve levensfilosofie.

Al in de eerste alinea’s geeft Eekhout de verhaallijn prijs die er het meest toe doet, als Hidde in de lens van een camera blikt en nuchter vertelt over zijn nakende adieu aan het leven. Vervolgens introduceert ze de andere vier: filmmaker Charlie, Simon, een gesjeesde sociologiestudent, fils à papa Marnix en Mia, het enige meisje in het gezelschap dat voortdurend struikelt over een traumatische jeugd.

Charlie heeft het zo’n beetje gehad met onbenullige opdrachten en wil een docu maken waarin een zelfmoordenaar zijn motieven en sentimenten ontrafelt voor de kijker, maar ook een stuk voor zichzelf. Ongemerkt verruilt ‘Dogma’ de verraderlijk lichtvoetige sfeer, met hier en daar een volstrekst overbodige zin (“Mijn buurman is gezet, dik eigenlijk.”) voor een meer beklemmend register. Het boek transformeert in een trip die je zo lang mogelijk wil rekken om de pijn en ontzetting van de personages te voelen, hun onderlinge spanningen, hun absurde traject dat om veel redenen het begrip waarom het smeekt verdient.

Het idee het verhaal van de levensmoeë Hidde te verweven met een documentaire die van de overige personages regisseurs maakt van zijn levenseinde, en dus medeplichtig zoals sommigen zullen beweren, werkt ongelofelijk goed. Ook de uitwerking ervan overtuigt door het voortdurende wisselen van verteller en vertelde tijd, versneden met de rauwe bedenkingen van de vier die weten dat ze zullen achterblijven. Subtiel stelt de auteur de paradox scherp tussen het recht om zelf het einde van je leven te bepalen, en de angst van de achterblijvers die niet weten welke schade ze zullen oplopen.

Ook om een andere reden is het beeld van de documentaire interessant, het weerspiegelt de zoektocht van een auteur naar een vlekkeloze montage van zijn verhaal. Zoals Charlie ernaar streeft de kijker te overtuigen van de keuzes die de groep maakt, gunt Eekhout de lezer de intimiteit van haar monteerproces. “Wat ik beoog met deze documentaire is een idee in de wereld te zetten. Een idee over vrijheid. Ik hoop mensen aan te zetten tot nadenken. Over vrije wil en over autonomie en over vriendschap en kunst en de opofferingen daarvoor. Over de grenzen van ethiek ook.”

De existentiële koers van Hidde dwingt de anderen tot introspectie, hun individuele besognes stuwen naar het oppervlak. Wat ze niet kwijt kunnen definieert hun eenzaamheid. Geraffineerd buit de schrijfster dat isolement uit.

Het je-perspectief van Hidde als hij nadenkt over Mia, illustreert de rijkdom van ‘Dogma’. Het is tevens een serieuze aanwijzing dat zijn liefde voor haar misschien niet zo onmogelijk is als ze gepresenteerd wordt. Zo bekeken is het debuut van Eekhout ook een originele interpretatie van het eeuwenoude spanningsveld tussen eros en thanatos. Een overtuigende roman, kortom.

Details Fictie
Auteur: Anne Eekhout
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
368