Alex Boogers, 'Alle dingen zijn schitterend'

Schrijver in de ware zin

Dat een boek onder de radar blijft, is niet denkbeeldig. Zo royaal is de literaire oogst in de Lage Landen. ‘Alle dingen zijn schitterend’, de roman die Alex Boogers eind vorig jaar presenteerde, kreeg bij ons nauwelijks aandacht. En dat is zonde. De Nederlander imponeert met een ambitieus verhaal dat de hoog oplopende emoties in een ritmische vertelstructuur hult.

Troost, of een acuut gebrek eraan, is het sleutelbegrip in de haperende levens van Remy, Arthur en Zoë. Remy probeert richting te geven aan zijn bestaan en dat is geen evidentie: Estee, zijn zus, pleegde zelfmoord toen hij een tiener was, zijn uit hardvochtigheid opgetrokken vader bleek uiteindelijk niet zijn vader te zijn. 'Het leven vindt altijd een weg om je open te krabben.' De auteur contrasteert deze getroebleerde man met de bevlogen journalist Arthur, van wie de zoon Taij – niet onbelangrijk - een zeldzame hartafwijking heeft. Een minder beduidende rol is weggelegd voor Zoë en haar vader Paul. In hun leven sijpelt iets door van de zinderende innerlijke strijd waarmee zowel Arthur als Remy worstelen. De auteur vond voor ieder van hen een specifiek register, en benadrukt zo de individualiteit van hun verwerkingsproces.

De snedige romanopbouw, met steeds wisselende vertelperspectieven, flashbacks en intermezzo’s van essayistische snit (‘Imagine’, over de kiem van de relatie tussen Lennon en Ono is bijzonder fraai), rijmt met de plot die zich als een lappendeken ontvouwt. Samen met uitgebeende observaties, die het relaas met zuurstof injecteren, geeft Boogers zijn vertelling zo'n filmische glans, alsof hij knipoogt naar de Mexicaanse regisseur Iñárritu en diens vernuft om uit diverse verhaallijnen finaal een harmonieus verhaal te destilleren. Dat de ziel van Remy die van Arthur zal kruisen kondigt zich al vroeg aan. Alleen is de afwikkeling van die snijvlakken niet voor de hand liggend.

Een woekerende hersentumor brengt Remy in contact met Taij, die als hartpatiënt ook rondhangt in het steriele gangenstelsel dat ziekenhuizen kenmerkt, en duwt hem subtiel in Arthurs richting. Gelijktijdig kom je als lezer te weten dat Remy en voor hem zijn zus Estee, schriftjes volkrasten als surrogaatuitweg voor hun verknipte situatie. En dat die schrijfsels, nadat ze in zijn lade verzeilden, Arthur intrigeren en aanzetten om ze te doorgronden. Maar niet die vondst die hij als journalist zou kunnen afgrazen om er een pakkend verhaal uit te puren, wel de integriteit die hij aan de dag legt om Remy’s lijden te reconstrueren is tekenend voor de missie die Boogers zichzelf oplegde.

In een lezenswaardig interview met Vrij Nederland, liet de auteur optekenen dat hij zijn mensbeeld wil overbrengen met zijn werk, een ideaal dat een totale toewijding vergt. 'Die volledige overgave aan het verhaal, de roes, daar gaat het om.' Aan hem gaan geen groteske uithalen, sardonische ironie of andere applausgeile effecten verloren: hij hanteert een stijl die doordrongen is van een honger naar authenticiteit.

Arthur zit Remy steeds dichter op de huid, een noodzakelijke opstap naar zijn innerlijke catharsis, die hem uiteindelijk toelaat vrede te nemen met het geluk dat hij eerst niet kon aanvaarden. De gelijktijdige inwerking van die diverse elementen, gestoffeerd met pertinente levensvragen, brengt het verhaal in een stroomversnelling. Het resultaat is een overrompelende roman die een breed leespubliek verdient. ‘Wanneer de mieren schreeuwen’, een novelle van zijn hand die dit najaar verschijnt, zal ons niet ontglippen.

Details Fictie
Auteur: Alex Boogers
Uitgeverij: Podium
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
382