A.L. Snijders & Erik Harteveld, 'Koude Oorlog aan de IJssel'

De geschiedenis is een kameleon

De gedachte dat we het beeld van de werkelijkheid instinctief naar onze hand zetten, inspireerde Erik Harteveld en A.L. Snijders tot een roman in brieven over de IJssellinie, een litteken in het Nederlandse landschap dat teruggaat tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hun boek, ‘Koude Oorlog aan de IJssel’, is een ode aan de literatuur en verbeelding.

Eerst de feiten. Het geopolitieke toneel zag er na de Tweede Wereldoorlog relatief eenvoudig uit: je knielde voor het Oosten en het communisme, of omhelsde het kapitalisme dat het Westen euforisch stemde. Voor Nederland, dat zich achter Amerika schaarde, was de Sovjet-Unie de baarlijke duivel die eerder vandaag dan morgen de duur bevochten vrede op losse schroeven kon zetten. Een verdedigingslinie van water zou het oprukkende rode gevaar onschadelijk maken. De IJssel in het Oosten van Nederland vormde de levensader van deze geniale waanzin, die de natuur degradeerde tot een bondgenoot van de gewapende vrede.

Dichter en bluesmuzikant Harteveld schreef het eerste deel van de roman in de vorm van een dossier van de Russische inlichtingendienst. Op een blauwe maandag krijgt Pieter Kottier, een naïeve ingenieur die meewerkt aan de bouw van de geheime linie, een brief van de Russische Klazina Borisovna Makarova, die hem wijst op hun familiale banden. Het tweede document, een dialoog in Leningrad tussen twee legerofficieren, roept de lezer tot de orde: de Russen lenen Klazina's genen om een infiltratie op te zetten in het hart van de defensieve waterlijn.

Wat 'Koude Oorlog aan de IJssel' zo uniek maakt is dat het aparte register van beide auteurs het ambigue karakter van de werkelijkheid accentueert. Harteveld uit zich als een lefgozer, bravoure is zijn hoogstpersoonlijke antwoord op het onverkwikkelijke machtsspel dat de wereld na '45 in een wurggreep hield. In een bijna satirische stijl neemt hij de stereotiepe beelden over 'de Russen' en 'de Nederlanders' op de korrel. Als je dat laagje van snedige, humoristische dialogen en alsmaar zoetsappigere brieven wegkrast, stuit je op de kern van zijn relaas. “Wat geloofd wordt is waar” zegt majoor Parchomov, een schijnbare verantwoording voor zijn vertaling van de werkelijkheid.

Al dan niet fictieve kruimels die de geschiedenis hebben overleefd voeden onze perceptie van het leven dat onze voorouders leidden. Die beleving is hyperindividueel, zo blijkt uit de brieven van Snijders aan Harteveld, het tweede deel van de roman. “Ik weet dat de tijd hapert, ik weet dat deze rust bedrog is, maar ik wil bedrogen worden, zodat de verrassing niet onverwacht komt.” Snijders is evengoed een afgezant van die kille periode, maar anders dan de onbevreesde Harteveld, interpreteert hij de georkestreerde dreiging als een “wachtend roofdier” dat toeslaat wanneer je het niet meer verwacht.

De filosofische insteek van zijn zkv's roept de tijd een halt toe. Hij plaatst zijn personages onder een stolp en observeert hun angsten en verlangens. In hun anekdotes kiemen zijn gedachten. Snijders, “de man die altijd dacht aan kameeldrijvers in Buiten-Mongolië”, vindt in het verhalende een toevluchtsoord. De expansiedrift van de Sovjet-Unie was net zo realistisch als de linie aan de IJssel. Ook voor hem is de waarheid een kwestie van geloven.

Afhankelijk van wie zich erover buigt, ondergaat het verleden een metamorfose, of het een kameleon is die zich moeiteloos aanpast aan de noden van zijn hoeder. Als Snijders en Harteveld één iets duidelijk maken met deze indringende, authentieke roman, dan wel dat de waarheid slechts zelden samenvalt met de werkelijkheid.

Details Fictie
Auteur: A.L. Snijders, Erik Harteveld
Uitgeverij: AFdH Uitgevers
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
188