Joseph Roth, 'De kapucijner crypte'

Heimwee naar een verloren vaderland

Een verhaal over een man die zijn vaderland verliest en zichzelf daardoor thuisloos voelt, dat kan niet anders dan van de hand van Joseph Roth (1894 - 1939) zijn. In ‘De kapucijner crypte’ blikt Roth met ongeveinsde heimwee terug op de tenondergegane Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie en beschrijft deze ondergang vanaf het begin van het einde.

‘De kapucijner crypte’ is de laatste roman die Joseph Roth schreef voor zijn dood en kan beschouwd worden als een vervolg op zijn magnus opus, ‘Radetzkymars’. Wederom volgt ook deze roman het levensverhaal van een telg uit de fictieve Von Trotta-familie, ten tijden van de ondergang van de Dubbelmonarchie.

Het verhaal begint met de aanloop naar de eerste wereldoorlog, vanuit het Habsburgse perspectief: nietsvermoedend en vol vertrouwen in keizer Franz Joseph. Tijdens deze aanloop naar de oorlog neemt Roth de tijd voor een diepteanalyse van de monarchie, waarbij thema’s als het dagelijkse leven, liefde, familie, religie en tradities de revue passeren. Naadloos hierop volgt de feitelijke oorlog, maar stelselmatig gaat de connectie met de realiteit verloren en trekt het verhaal zich terug in Trotta’s perspectief. Voor je het weet passeert zowel de oorlog als Siberië als het naoorlogse decadente Wenen als ook de annexatie door Nazi-Duitsland.

Roth heeft heimwee naar een verloren vaderland. Niet dat Roth de Dubbelmonarchie verheerlijk als een utopie, nee, net van die wereld weet hij accuraat de pijnpunten bloot te leggen. Zo vertaalt Roth meesterlijk de typerende tweedeling die sluipt tot in de fundamenten van de Dubbelmonarchie. ‘Ik leidde dus in zekere zin een dubbelleven en voelde me daar helemaal niet prettig bij.’ Met dat citaat opent hij de analogie tussen Von Trotta en de mondiale wereld van de Dubbelmonarchie, inclusief de ondergang. Zo is de kapucijner crypte de crypte waar de Habsburgers keizers - dus ook Franz Joseph - hun laatste rustplaats vinden, en fungeert het in het verhaal als wederkerend ankerpunt in de analogie. Deze analogie heeft wel een implicatie, om de roman ten diepste te appreciëren is het van belang om minstens een basiskennis te hebben van de Dubbelmonarchie.

Wat maakt nu juist van Roth een meesterlijk schrijver? Niet voor niets leefde hij ten tijden van onder meer Freud, Musil of Wittgenstein. Als overeenkomst tussen voornoemde literaire meesters van de vroege 20ste eeuw is de gave van het juist aanvoelen van de heersende tijd, namelijk de aanloop naar de gruwelijkheden in de rest van diezelfde 20ste eeuw. Door deze ontwikkelingen zijn het zulke visionaire schrijvers die dieper inzicht verwerven in het zijnde van de mensheid, een algemene gevoeligheid - om het woord antropologie niet te moeten gebruiken. Nu kan je jezelf kunnen afvragen wat de relevantie is voor de hedendaagse mens? Voor een antwoord op deze vraag nodig ik u uit om Roth te lezen, zo kan je het zelf ervaren.

Details Fictie
Auteur: Joseph Roth
vertaler: Wilfred Oranje
uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
153